De Krasse Knarren van Waterloo

Drie oost Zeeuws-Vlaamse oud-strijders bij de herdenking in Leiden op 27 juni 1865

3.      Een kwartet ‘Waterloo’ veteranen in oost-Zeeuws-Vlaanderen

Het te elfder ure genomen besluit om naast en met  het gouden jublieum van de ‘ridders’ van de Militaire Willemsorde, ook dat van de oud-strijders van 1813-1815 te vieren in de vorm van een officiële landelijke herdenkingsdag, betekende een logistieke monsterklus, die in iets meer dan een maand geklaard moest worden. Het “Ministerie van Oorlog”, dat de organisatie van de reünie van de dragers van de Militaire Willemsorde op 25 juni 1865 te Leiden al goeddeels rond had, nam het logische besluit om de herdenkingsdag van de ‘Waterloo-veteranen’ in dit evenement te integreren. Deze beslissing betekende  weleen enorme tijdwinst, maar er was direct een levensgroot probleem. Men had geen idee hoeveel Nederlandse ‘Waterloo-veteranen’ er nog leefden en waar zij woonden. Dit vraagstuk kon relatief snel opgelost worden door het lagere lagere bestuurslagen hiermee op te zadelen. De minister van oorlog, Johan Blanken, droeg de provinciale ‘commissarissen van de koning op om de burgemeesters van de gemeenten in hun provincies aan te schrijven.  Zij zouden de veteranen van 1813-1815 lokaliseren en  uitodigen om aan de manifestatie in Leiden deel te nemen, zij het onder twee voorwaarden. De eerste betrof het bij de overheid onvermijdelijke financiële voorbehoud, dat alleen die oudgedienden welkom waren “voor zoo verre zij in staat zijn de reiskosten te bestrijden”1. Voor de tweede restrictie hief het centrale gezag het bekende vermanende vingertje op “dat op het feest wel geene andere personen kunnen worden toegelaten, dan de zoodanigen, die na het verlaten van de dienst steeds een goed burgerlijk gedrag hebben geleid” 2. In het schrijven van de provincie-commissarissen aan de burgervaders diende ook nog de instructie te worden opgenomen, dat alleen die veteranen mochten worden aangemeld, van wie de zedelijke handel en wandel  nauwkeurig geverifieerd was.

Dankzij het voorbeeldige recherchewerk van de gemeenten kon “Het Hulsterblad” bekend maken, dat er eind mei 1865 in oost-Zeeuws-Vlaanderen nog vier oorlogsveteranen van ‘Waterloo’ in leven waren.
Dankzij deze mededeling zijn zij ook nu nog bekend.

(Loos, 178; litho van P.W. van de Wijer)

Dit is de steendruk in kleur op de boekomslag van het zeer gedetailleerde gedenkboek van de jubileumdag voor de oud-strijders van 1813-1815, geschreven door Hermanus Hardenberg, een van de leden van de feestcommissie. 

Bovenaan de litho is voor een rood geplooid doek met goudgalon, een gedraaide oranje slinger aangebracht. In het midden ervan op een bedje van groen staat een wapenschild met een klimmende Nederlandse leeuw met een guden kroon erboven. Aan de slinger hangt links het zilveren  herdenkingskruis van de veteranen van 1813-1815 en rechts het zilveren kruis van de Militaire Willemsorde. Op het doek staat de titel van het werk “Het nationaal feest te Leiden”. Midden onder is de gelauwerde Nederlandse Maagd gezeten op een vierkant voetstuk met onderaan de naam van de uitgever van het boek. Zij houdt met haar linkerhand een stenen tafel omhoog met de datum van het feest: 27 junij 1865.
Rechtsonder de Nederlandse vlag, een paar speren, een bungelende lauwerkrans aan een ervan en een geweerloop met bajonet. Linksonder twee krijgsbanieren, een sabel en liggende trom. Waar het doek is opgetrokken is er een doorkijkje naar een hoog basement met staande leeuw met zjn rechterpoot op de wereldbol.

Dankzij de uitgave van het gedenkboek van Hardenberg en de verslaglegging van de namen van de oost-Zeeuws-Vlaamse veteranen van 1813-1815 in “Het Hulsterblad” zijn we goed geinformeerd over Het Nationaal Feest te Leiden en de deelname van de oost-Zeeuws-Vllaamse oud-strijders.

Eind mei 1865 bleken er in oost-Zeeuws-Vlaanderen nog vier oorlogsveteranen van ‘Waterloo’ in leven te zijn.

1.
Johannes (Jan) Vermeersen, geboren te Hulst op 31 januari 1795, had in het geallieerde leger tegen Napoleon als 19-jarige vrijwilliger gediend in de 5e compagnie van het 2e bataljon artillerie van linie3. Hij overleefde de slachtpartij en trad na afloop van zijn diensttijd op 10 juni 1822 in Hulst in het huwelijk met Johanna Adriana Wittock. Als dagloner en dagloonster levend van een schamel loon had het echtpaar het nooit breed gehad. Ook in 1865 voorzagen Jan als hovenier en Johanna als werkvrouw nog steeds in hun levensonderhoud. Omdat de staat ten aanzien van de nationale herdenking in 1865 in Leiden alleen het feest zelf bekostigde, was het inkomen van Jan en Johanna niet toereikend om alle reis- en verblijfkosten zelf te betalen.

Doorkijkje anno 1957 uit de Grote Bagijnestraat naar de Kreupelstraat in de richting van de Kleine Bagijnestraat. Het echtpaar Vermeersen-Wittock woonde in dit eenvoudige tot armoedige straatje op nummer C1344
(beeldbank.cultureelerfgoed.nl, doc.nr. 50910; foto: G. Th. Delemarre)

Financieel onvermogen verhinderde in 1865 een niet gering aantal veteranen van 1813-1815 om naar Leiden af te reizen, ware het niet dat in een aantal gevallen gemeentebesturen en particulieren een helpende hand boden.  Ook Jan Vermeersen behoorde tot de gelukkigen dankzij een oproep van de redactie van “Het Hulsterblad” :

(Het Hulsterblad 20-05-1865 , 2)

De opbrengst van de inzameling onder de Hulsterse gegoede burgerij bleek gelukkig voldoende om de “wakkeren verdediger des Vaderlands” naar Leiden te laten afreizen.

2.
Arie van den Bogaart uit Graauw was onder de Franse overheersing als “conscrit” (dienstplichtig soldaat) in Franse dienst onder Napoleon ingeloot, ingedeeld bij het 17e Regiment Infanterie van Linie in Duitsland en op 10 oktober 1813 afgezwaaid. Op 8 mei 1814 meldde hij zich als vrijwilliger aan bij het Nederlandse leger, waarin hij als korporaal op 17 en 18 juni 1815 deelnam aan de strijd bij Waterloo “om de kluister van den Corsikaanschen dwingeland (= Napoleon), waaraan geheel Europa geboeid lag, te verbreken en Neerlands onafhankelijkheid tot stand te brengen”5.
Arie werd op 18 september 1792 in Brielle (nu Den Briel) in het gewest Holland geboren, maar vertrok na zijn militaire diensttijd naar Graauw, waar hij op 14 oktober 1832 trouwde met Maria Anna Leenknegt. Na het overlijden van zijn echtgenote op 22 september 1852 verliet hij Graauw, doch keerde er tien jaar later weer terug. In het bevolkingsregister werd hij op 5 januari 1862 als hoofdbewoner ingeschreven op wijknummer B120 in de dorpskern van Graauw. Op dit adres stond ook ingeboekt Apolonia Herman, weduwe van Jacobus Heijens. Ten tijde van het feest in Leiden verdiende Arie van den Boogaart de kost als “bode” (hier in de betekenis van vrachtrijder)6. Evenals Jan Vermeersen was Arie van den Bogaert van de partij op het nationale feest in Leiden.

3.
De in Sint Jansteen op 1 februari 1800 geboren oud-strijder Egidius (Gillis) Baptist Rottier was nog maar 15 jaar toen hij deelnam aan de gevechten bij Waterloo. Er is geen bron aangetroffen, die bevestigt, dat Gillis naar de festiviteiten in Leiden gegaan is. Dankzij  enige ophef over een vermeende ondermijning van de bevoegdheid van de Steense burgemeester Norbert IJsebaert, weten we wel dat hij in mei 1865 via de gemeente het Waterloo-ereteken had aangevraagd. Omdat de toezending van het eremetaal maar uitbleef, vroeg “den grijzen krijgsman” aan de gemeente Sint Jansteen om bij het verantwoordelijke Ministerie van Oorlog navraag te doen. Op 1 september 1865, ruim twee maanden na de festiviteiten te Leiden, werd de felbegeerde medaille alsnog bezorgd. De onderscheiding werd Rottier thuis opgespeld door een nog steeds gepikeerde burgemeester, die zich beklaagde, omdat hij in deze kwestie door de veldwachter onkundig was gehouden en dus bij de aanvraag was gepasseerd.
Gillis was rond 1828 getrouwd met de Belgische Angelina Dom (* 18-01-1797 te Schriek in België) en na haar overlijden op 7 juni 1839 in Sint Jansteen in het huwelijk getreden met Johanna Petronella Herreweg (12 september 1840).
In 1865 woonden zij in de Magdalenastraat op wijknummer B21 te Sint Jansteen, waar Gillis toen nog timmerman en Joanna huishoudster en arbeidster was7.  

4.
Evenals als Gillis Rottier uit Sint Jansteen was de in 1792 te Ertvelde in België geboren Levinus van Vooren als dienstplichtige in de strijdkrachten van Napoleon ingelijfd en had de veldtochten naar Spanje en Rusland meegemaakt. In de ‘Slag bij Waterloo’ vocht hij in het Engels-Nederlandse leger tegen de Fransen.Tweemaal weduwnaar geworden woonde hij in 1865 als gepensioneerd veldwachter in Zuiddorpe. Ook Levien van Vooren nam als oud-strijder deel aan de festiviteiten te Leiden.

Van de naar schatting in Nederland in 1865 nog in leven zijnde 2800 Waterloo- veteranen heeft ongeveer een kwart van hen het herdenkingsfeest in Leiden niet bijgewoond. De meest voorkomende reden was financiële onmacht. Veel oud-strijders behoorden tot de lagere sociale klassen en hun inkomen was, zelfs als ze in 1865 nog werkten, te laag om de reis- en verblijfkosten te kunnen betalen. Destijds was iedereen, die niet of niet genoeg kon werken en ondersteuning van familie ontbeerde, financieel afhankelijk van de veelal uiterst karige armenzorg van de kerk. Bijgevolg leefden alleenstaande moeders, werklozen, invaliden, zieken en ouden van dagen in een bepaalde graad van armoede. Lang niet alle behoeftige oud-strijders van 1813-1815 konden zoals Jan Vermeersen dankzij spontane collectes de nationale feestdag in Leiden bijwonen. Voor Pieter Johannes Martijn uit het west-Zeeuws-Vlaamse Eede8bleef een opwelling van naastenliefde uit en kon hij dus thuis blijven.
Ronduit ergerlijk was de onverschillige houding van meerdere burgemeesters, die veteranen zonder een officiële aanmelding naar Leiden lieten afreizen. Eenmaal aangekomen bleek, dat inschrijving wel degelijk verplicht was en de nietsvermoedende oud-strijders werden zonder pardon weggestuurd. Geld voor de terugreis was er lang niet altijd.

  1. Het kosteloos onthaal van overheidswege betrof alleen het feest te Leiden en niet de reis- en verblijfskosten
  2. Hardenberg, 19;  27.
  3. geschut, dat op één lijn is geplaatst om in de breedte ingezet te worden
  4. bevolkingsregister Hulst 1850-1859, 587;  1860-1879, 390
  5. Het Hulsterblad 24-06-1865, 2
  6. Het Hulsterblad 24-06-1865, 2; GAH 858, bevolkingsregister Graauw 1860-1875, 1, 41
  7. Het Hulsterblad 16-09-1865, 2; GAH bevolkingsregister St. Jansteen 1862-1869, dl. P-Z, 95
  8. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad Zeeuwsch-Vlaanderen 14-06-1865,1

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief