5. Op naar Leiden
Koning Willem I had op 8 juni 1816 bepaald, dat 18 juni, de dag van de laatste slag bij Waterloo, voortaan een nationale gedenkdag zou zijn met om 12.00 uur een dienst van een uur in alle kerken. Deze nationale dank- en bededag kreeg een permanent karakter onder de naam ‘Waterloodag’ en werd hoe langer hoe meer een echt feestgebeuren, waarvan de invulling per plaats sterk verschilde. Op de ‘Waterloodag’ van 18 juni 1865 werden als opmaat naar het komende feest in Leiden in een aantal steden de oud-strijders alvast in het zonnetje gezet. In Hulst wapperde op 18 juni 1865 weliswaar de nationale vlag van de openbare gebouwen en vonden de voorgeschreven kerkdiensten plaats, maar van enige openbare festiviteit was geen sprake. Oud-strijder Jan Vermeersen kreeg op 19 juni door het plaatselijke Muziekgezelschap Harmonie tijdens een muzikale rondwandeling door de stad een serenade aan zijn huis in de Kreupelstraat aangeboden1.
(rijksmuseum.nl objectnr. RP-P-1909-1591)
Carel Christiaan Antony Last, afdruk op papier naar een tekening van David van der Kellen (1804-1879), 1865.
De door koning Willem I op 8 juni 1816 ingestelde ‘Waterloodag’ op 18 juni bleef tot in de jaren ’20-’30 van de twintigste eeuw een belangrijke nationale dank- en bededag in de Nederlandse herdenkingscultuur. Van lieverlee evolueerde deze van een dag vol bezinning tot een waar volksfeest, waarvan de invulling per stad en dorp flink uiteenliep2. Zo gebeurde er in het jaar van de nationale herdenking van Waterloo te Leiden in 1865 in Hulst helemaal niets, terwijl in Amsterdam de typografische vereniging ‘De Nederlandsche Drukpers’ met een luisterrijke optocht uitpakte. David van der Kellen (1804-1879) tekende een impressie van deze “Triomftogt gehouden binnen Amsterdam op 19 Junij 1865 ter Gelegenheid der viering van den vijftigsten Gedenkdag der Overwinning bij Waterloo”. We zien het moment dat de stoet met praalwagens over de Dam meandert.
Na de ‘Waterloodag’ konden Jan Vermeersen, Arie van den Boogaart en Levien van Vooren zich opmaken voor de reis naar Leiden. Alle drie voldeden zij aan de voorwaarden van de kwalificatieprocedure, zij het dat Van den Boogaart hierbij goed wegkwam. Nog in april 1865 was hij één etmaal in het huis van bewaring te Hulst achter de tralies gezet vanwege ‘het in de gemeente Graauw op de openbare straten voorzien aan zijne natuurlijke behoeften”3. Deze incidentele wildplasserij werd hem voor het bijwonen van de festiviteiten te Leiden gelukkig niet aangerekend.
In een aantal gemeenten werden oud-strijders op de dag van hun vertrek naar Leiden feestelijk uitgeleide gedaan in een vrolijke optocht met plaatselijke autoriteiten en burgerij, veelal opgeluisterd door ‘het muziek’. In Hulst niets van dit alles. Jan Vermeersen was al afgereisd toen de redactie van Het Hulsterblad hem in de editie van zaterdag 24 juni 1865 de beste wensen meegaf in een voor die tijd kenmerkende gezwollen taal:
“Moge hij, die mede een steen aanbragt aan het gebouw onzer vrijheid en onafhankelijkheid daar al het genoegen smaken, dat hij zich van de bijeenkomst voorstelt, en, versierd met het koninklijk eermetaal, onlangs door Z.M. voor deze gelegenheid ingesteld, in ons midden wederkeren, waar hem een feestelijke ontvangst bereid wordt 4Het Hulsterblad 24-06-1865, 1[/efn_note.]
Hetzelfde nummer luidde ook Arie van den Bogaart met ronkend taalgebruik uit:
“Met innige voldoening ziet men hem en andere strijders optrekken, om de eer en de vreugde te genieten, die Nêerland hun op geen duizendste gedeelte der verdiensten kan aandoen; en met groot verlangen wacht men dien oud-soldaat wiens borst zal prijken met het eeremetaal, bij besluit van Zijne Majesteit onzen geëerbiedigden Koning aan die krijgsmannen toegekend, in ons midden terug”.
In 1865 maakten natuurlijke hindernissen en met name de grote rivieren in combinatie met het beperkte aantal spoorlijnen het reizen over grotere afstand in Nederland tot een tijdrovende onderneming. De organisatie van de feestdag op 27 juni in Leiden had daarom besloten, dat alle oud-strijders en dragers van de militaire Willemsorde buiten de provincie Zuid-Holland en de steden Amsterdam, Haarlem en Utrecht op 26 juni in Leiden mochten aankomen en op 28 juni uit Leiden vertrekken. Daartoe waren voor hen twee gereserveerde gratis extra treinen vanaf Rotterdam of Amsterdam aangewezen. De feestgangers moesten vooral hun heenreis goed afstemmen op het tijdstip van het vertrek van deze extra treinen uit Amsterdam en Rotterdam op 26 juni. Zij reden op die dag slechts één keer en de officiële ontvangst in Leiden was aan de aankomsttijd gekoppeld.
(Van der Meer, 50)
Spoorwegkaart Nederland naar de toestand van juli 1864.
Vergeleken met de andere landen van west- en midden-Europa was het spoorwegnet in Nederland rond 1865 (de dikkere zwarte lijnen op de kaart) amper van de grond gekomen. Enkele korte trajecten, zoals in Noord-Brabant, lagen nog geïsoleerd. De weinige lijnen werden destijds door verschillende binnen- én buitenlandse particuliere maatschappijen geëxploiteerd. De belangrijkste onder henwas de “Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij”, die onder meer de spoorverbinding van Amsterdam en Rotterdam naar Leiden uitbaatte. Vanuit de uithoeken van het land, zoals voor de drie oud-strijders van 1813-1815 in Zeeuws-Vlaanderen, waren er geen directe aansluitingen naar het beperkte railnet. Het uitzetten van een reis uit oost-Zeeuws-Vlaanderen naar Leiden vergde het nodige puzzelwerk tussen verschillende soorten vervoer en trajecten.
Er moest in ieder geval bijtijds vertrokken worden. In dit verband betekent de mededeling in Het Hulsterblad van 24 juni 1865 “dat Vermeersen naar Leyden is afgereisd”, dat hij twee en misschien zelfs drie dagen uittrok voor de afstand van ca. 175 km tussen Hulst en Leiden. Over de gevolgde route van Jan Vermeersen, Arie van den Boogaart en Levien van Vooren uit oost Zeeuws-Vlaanderen naar Rotterdam zijn geen concrete gegevens voorhanden. De twee relatief snelste, minst ingewikkelde en dus meest voor de hand liggende routes liepen beide over Sint-Nicolaas5 en Antwerpen naar het noorden.
De overtocht over de Schelde met het veer Walsoorden-Hansweert was ook mogelijk, maar aan de overkant lag nog geen aansluitend spoor6. De enige mogelijkheden ‘aan de overkant’ waren een lange rit met paard en wagen oostwaarts naar het station Roosendaal of – nog tijdrovender – naar het noorden via de Zeeuwse eilanden, doorsneden door meerdere brede waterlopen. Bovendien zou de opeenstapeling van steeds wisselende vervoermiddelen de reis duurder maken dan het alternatief via Sint Nicolaas.
Voor de drie veteranen begon de reis vanaf hun woonplaats in ieder geval hetzij te voet, of met paard en wagen of koets van een particulier of een geregelde postwagendienst, zoals die tussen Hulst en Sint Nicolaas7.
(garesbelges.be/sint_niklaas)
Het voormalige stationsgebouw van Sint-Nicolaas-Waes was een halte op het enkelsporige smalspoortraject in de verbinding tussen Gent en Antwerpen. Dit station lag links van het huidige station aan de noordkant van het stationsplein in Sint Niklaas. Voor de drie veteranen van 1813-1815 was deze stopplaats de dichtstbijzijnde op hun treinreis van oost Zeeuws-Vlaanderen naar Leiden.
(garesbelges.be/antwerpen_linkeroever) Emplacement en stationsgebouw, Statie Vlaams Hoofd.
Voor het spoor was de Schelde bij Antwerpen destijds nog een niet te nemen hindernis. De lijn Gent-Antwerpen eindigde daarom met een kopstation op de linkeroever naast het dorpje Sint-Anna. Het station was bekend onder de namen ‘Linkeroever, ‘Sint-Anneke’ en ‘Vlaams Hoofd’8. Aangekomen op het emplacement moesten de treinreizigers met een veerpont worden overgezet naar de tegenoverliggende “statie” op de rechter Scheldeoever.
(garesbelges.be/antwerpen_linkeroever)
Op deze luchtfoto ligt links midden het voormalige dorpje St. Anna op de linkeroever van de Schelde. Rechts onder staan twee personentreinen op het open perron van het kopstation Antwerpen – Vlaams Hoofd. Links hiervan buigen een paar goederensporen af in de richting van het dorp. Het lange pand met de witte muren links van de personentreinen is het stationsgebouw. Rechts in het verlengde van de treinstellen ligt de steigerbrug met de aanlegplaats van de veerpont voor (trein)reizigers naar de rechteroever.
Als de drie veteranen uit oost-Zeeuws-Vlaanderen deze – want de snelste – route hebben genomen, zijn zij met het veer overgezet naar het stationsgebouw Antwerpen-Waas op de rechter Scheldeoever. Dit was wel het merkwaardigste station van België, want er lagen geen rails voor personenvervoer. Voor het vervolgtraject naar Rotterdam moest er eerst een stuk gelopen worden of een wagendienst genomen naar het vervolgvervoer: trein of schip.
De Scheldestad beschikte over een directe stoomvaartverbinding naar de Maasstad met één afvaart per dag in de zomer. Voor een goede planning leek deze keuze minder aantrekkelijk, omdat de van het getij afhankelijke vertrektijden varieerden van ’s middags tot middernacht en daarom maar kort voor het vertrek bekend werden gemaakt9. De vaartijd bedroeg ongeveer tien uur en het tarief was vergelijkbaar met het alternatief per spoor10.
(garesbelges.be/antwerpen_waas)
Het stationsgebouw op de rechter Scheldeoever in Antwerpen met opschrift “Railway Anvers-Gand par St. Nicolaas . Ondanks het veelbelovende opschrift konden reizigers hier nie op de trein stappen, maar alleen kaartjes kopen voor het traject Antwerpen-Gent, dat aan de overkant van de Schelde begon. De rails op de voorgrond waren alleen bestemd voor goederenvervoer van en naar de loodsen op de ‘kaaien’.
Het meer voor de hand liggende alternatief was de enige spoorlijn door Antwerpen, komend uit de richting van Mechelen in het zuiden en lopend naar het noorden in de richting van Roosendaal én Rotterdam11. Voor treinreizen naar Nederland bestond er een apart station, dat via lijn 12 een rechtstreekse verbinding had met het Nederlandse station Moerdijk-Haven. De reistijd voor het baanvak van 73 km tussen Antwerpen en Moerdijk/haven bedroeg met de snelheid van toen en de nodige tussenstations zo’n drie-en-een-half uur. Desondanks was het voor die tijd ongelooflijk hoge gemiddelde van 33 km per uur veel meer dan de 8 à 9 km/u van de diligence, destijds het snelste vervoermiddel over land
(nl.pinterest.com, pin 531213718560811083)
Reizigers van en naar Nederland, in het bijzonder in de richting van Rotterdam, namen de trein in de in 1854-1855 gebouwde Middenstatie (soms ook Oost-Statie genoemd). Dit station lag aan de noordkant van het huidige Koningin Astridplein. In 1873 werd de doorgaande railverbinding door de stad vervangen door een ringspoorweg, zodat de Midden-Statie een kopstation werd. Het gebouw zou dienst doen tot 1905 toen direct ten oosten ervan het huidige monumentale Antwerpse station (de “spoorwegkathedraal”) werd geopend.
Van meet af was het traject van lijn 12 bedoeld als verbinding tussen Antwerpen en Rotterdam, maar het traject kwam in 1865 nog niet verder dan Moerdijk-Haven, omdat een spoorverbinding over het Hollands Diep technisch nog een brug te ver was. Niettemin bleef reizen via dit traject voor Jan Vermeersen, Arie van den Bogaart en Levien van Vooren toch relatief het snelst. Voor doorgaande reizigers naar Rotterdam was namelijk de in het tarief inbegrepen “spoorwegboot”12naar Rotterdam in ongeveer vier uur het snelste en meest comfortabele vervolg. Vergeleken met de tien uur durende stoomvaartdienst Antwerpen-Rotterdam was de gecombineerde trein- en bootreis via Roosendaal-Moerdijk zo’n tweeëneenhalf uur korter en vanuit Antwerpen gingen er dagelijks meerdere treinen naar Moerdijk-Haven met de aansluitende ‘raderspoorboot’.
Voor de oud-strijders van 1813-1815 waren de reis- en verblijfskosten voor zowel de heen- als terugreis tot aan Rotterdam en Amsterdam voor eigen rekening. Het laatste stuk naar Leiden was gratis, dankzij het aanbod van de directie van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij om “de oude krijgslieden van 1813-1815, vanwege Z.M. den koning uitgenoodigd tot bijwoning der feestelijke vereeniging te Leyden (…) bij die gelegenheid kosteloos te vervoeren naar en van Leyden”.
(stationsweb.nl)
Het tweede stationsgebouw van Moerdijk-Haven, foto uit 1910.
Het nu niet meer bestaande station Moerdijk-Haven was van 1855 tot 1873 het eindpunt van de door de Belgische “Société Anonyme des chemins de fer d’Anvers à Rotterdam”13 aangelegde en geëxploiteerde spoorlijn. De maatschappij wilde een snelle verbinding tussen de havensteden Antwerpen en Rotterdam realiseren, maar stuitte op het brede getijdewater van het Hollands Diep. Door het inzetten van een “raderstoomboot” , een door schoepenraderen voortbewogen scheepstype, voor treinreizigers naar Rotterdam was het hele traject Antwerpen-Rotterdam destijds de snelste verbinding tussen de twee havensteden.
Dankzij het bericht in het Hulsterblad van zaterdag 24 juni 1865 lazen we al, dat Jan Vermeersen op dat tijdstip reeds naar Leiden vertrokken was. Uit dit gegeven is af te leiden, dat hij met drie of vier dagen reistijd voldoende speling had om de speciale trein te halen, die in de late namiddag van maandag 26 juni, de dag voorafgaande aan het nationale feest, van Rotterdam naar Leiden zou vertrekken. Van de twee of drie overnachtingen zal de laatste in de Maasstad geweest zijn. In dit verband lijkt het een aardige gedachte, dat Jan gebruik gemaakt heeft van een bijzondere aanbieding, die Het Hulsterblad had overgenomen uit de Rotterdamsche Courant. Anton Dirckx, “Barbier, Haarsnijder en Friseur” aldaar, had als reclamestunt bedacht om
“die oude dapperen kosteloos te Scheren, en voor zoo verre zij nog Haar hebben netjes te Friseren en te Pomaderen. Dit geldt niet alleen hen die te Rotterdam woonachtig zijn, maar ook degenen die bij bedoelde gelegenheid deze stad moeten passeren. Bij het verlaten van zijnen alom bekenden en netjes ingerigten Scheerwinkel, zal aan elk dier braven eene Manilla of eene Havannah Sigaar worden aangeboden. Zegt het voort”.14.
(Stadsarchief Rotterdam, vroege foto’s nr. 4187).
Zicht op een stukje binnenstad van Rotterdam, dat door het bombardement van 14 mei 1940 volledig is weggevaagd. De foto is gemaakt vanaf de Kleine Draaibrug tussen het water van de Oude Haven rechts en de Kolk links. We kijken recht op het rijtje met zeven woon-en winkelpanden aan de Oude Havenkade, tussen de Hoofdsteeg (links) en de Mosseltrap (rechts). In het derde pand vanaf rechts was de kapperszaak van A.B. Dirckx gevestigd. De foto dateert van veel later dan 1865, maar op de voorgevel staat van boven naar beneden nog steeds “A.B. Dirckx, barbier, coiffeur”.
Voor zijn marketingstunt pakte Anton Bernard Dirckx flink uit met een grote advertentie in de Rotterdamsche Courant, inclusief een inkijkje in het interieur. De pentekening toont een chique salon met de modernste snufjes. Aan de zijwanden grote spiegels en vitrines, gescheiden door bolvormige verlichtingsarmaturen; hieronder kaptafels met ingebouwde wasbekkens en kranen; links aan het plafond een horizontale roterende stang met drie vliegwielen15. De om de as draaiende vliegwielen brengen door middel van verticale drijfriemen een apparaat in beweging. De kapper linksonder maakt bij een klant gebruik van dit hulpmiddel, waarschijnlijk een draaiende borstel om het haar te krullen (friseren). In het midden van het vertrek klatert een modieus fonteintje.
In deze luxe ambiance mochten de veteranen van Waterloo zich voor één keer graris laten “adoniseren” (opdoffen).
De kans, dat Jan Vermeersen uit Hulst, Arie van den Bogaart uit Graauw en Levien van Vooren uit Zuiddorpe behoorden tot de uiteindelijk 193 liefhebbers, die met een glad geschoren gelaat en een gepommadeerd en gefriseerd kapsel en een kostelijk rokertje in de hand de kapperszaak van Dirckx verlieten is natuurlijk erg klein, maar het idee alleen al is kostelijk.
Op maandag 26 juni 1865 moesten de oud-strijders, die via Rotterdam naar Leiden reisden eind van de middag klaarstaan op het perron van het Rotterdamse kopstation “Delftsche Poort” van de “Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij” (HIJSM). Met de voor hen gereserveerde trein van 16.30 uur ging het voor het laatste traject op naar Leiden.
(Stadsarchief Rotterdam)
Zicht op de kopse kant van het eerste station (1848- 1877) “Delftsche Poort” van de ‘oude lijn’ Amsterdam Rotterdam van de HIJSM met een doorkijkje door de drie bogen naar het perrongedeelte. Van de aankomende treinen konden de locomotieven onder ieder van de drie bogen doorrijden om op een van de drie draaischijven gekeerd te worden voor de terugreis. Hoewel het gebouw geen imposante afmetingen had, kwam het toch heel monumentaal over door gebruikmaking van bouwelementen in de zgn. “Neotudor” stijl, zoals de zeer hoge “Tudorbogen”, als onderdoorgang voor de locomotieven en in de vorm van de ramen, torens en torenvormige ornamenten.
Rond 18.00 stoomden de treinen uit Rotterdam en Amsterdam het perron van Leiden binnen met uit alle coupéramen wuivende veteranen. Onder het uitrijden en uitstappen weerklonk ter verwelkoming een oorverdovend kanongebulder van 21 minuutschoten, afgevuurd op het nabijgelegen Schuttersveld.
De kanonnade betekende tevens de opening van de prelude op het nationale vijftigjarig jubileumfeest van de ‘Slag bij Waterloo’. Vanaf dit moment zouden de oud-strijders en de dragers van de Militaire Willemsorde ondergedompeld worden in een bruisende aaneenschakeling van plechtstatige ontvangsten, festiviteiten en inwendige verwennerij. Een ‘once in a lifetime’ evenement met hen in het middelpunt16.
- Het Hulsterblad 24-06-1865, 1
- Loos, 167-168
- Huis van Bewaring te Hulst, inschrijvingsregister 1861-1864, inv.nr. 99, inschrijvingsnr. 6
- De toenmalige naam voor Sint Niklaas in het Waasland
- Het traject Goes-Roosendaal in de verbinding tussen Vlissingen en Roosendaal werd eerst op 1 juli 1868 geopend
- Hulst zou pas op 26 augustus 1871 een treinaansluiting krijgen met Sint Niklaas in België
- Vlaams Hoofd was de naam van dit gebied in Scheldebocht tegenover Antwerpen t.t.v. het graafschap Vlaanderen. Het was het meest oostelijke stukje Vlaanderen - vandaar Hoofd - tegen de grens met het hertogdom Brabant
- Rotterdamsche Courant, 21-03-1865, dienstregeling voor maart 1865; De route liep over binnenwateren via Bath-Ierseke-Tholen-Stavenisse-Zijpe-Ooltgensplaat-Willemstad-Willemsdorp-’s-Gravendeel-Dordrecht-Rotterdam
- Van der Aa, 191
- De huidige ringspoorweg met kopstation Antwerpen Centraal kwam pas in 1873 tot stand
- een veerdienst van een spoorwegmaatschappij voor de overtocht te water tussen twee treinstations; Van der Aa, 191
- N.V. Spoorwegen van Antwerpen naar Rotterdam
- Het Hulsterblad 27-05-1865,1 aangehaald uit Rotterdamsche Courant, 26-05-1865
- De krachtbron is een stoommachine, die zich buiten het vertrek bevindt
- Hardenberg, 23; 33