De Krasse Knarren van Waterloo

Drie oost Zeeuws-Vlaamse oud-strijders bij de herdenking in Leiden op 27 juni 1865

6.        De prelude op maandag 26 juni

Maandag 26 juni 1865 stoomden de ‘expess-treinen’ uit Amsterdam en Rotterdam rond 18.00 uur vrijwel gelijktijdig het Leidse stationsemplacement binnen. Onder oorverdovend kanongebulder vanaf het nabijgelegen Schuttersveld ontdeden de rijtuigen zich in een mum van tijd van honderden oud-strijders. Onder leiding van “commissarissen van orde” en hun assistenten werden de feestelingen opgevangen en van de chaos van de overvolle perrons weggeleid. Op het stationsplein wachtte hen als welkom een schare Leidse notabelen onder leiding van burgemeester Daniël Tieboel Siegenbeek, stond te hunner ere een erewacht van infanterie en artillerie aangetreden en gaf het “muzijkkorps der Leidsche schutterij”1een muzikaal tintje aan de aankomst van de helden van weleer.

(Montagne, 1859; Van der Meer, 64) Illustratie  Gerard Bos. 

Jan Vermeersen, Arie van den Boogaart en Levien van Vooren werden door het feestcomité opgevangen in het eerste stationsgebouw van Leiden (1843-1879). Het lag in 1865 volkomen landelijk ten westen van de stad, die toen nog geheel omsloten werd door de omwalling.

Tegenover het station was aan de Straatweg naar Haarlem (de huidige Stationsweg) het stations-koffiehuis ‘Zomerzorg’ van banketbakker Jacob Couvée gelegen. In de verschillende grote vertrekken en ruime tuin van deze horecagelegenheid konden de gasten uitrusten en onder het genot van een drankje een praatje maken met hun wapenbroeders uit de trein en uit Leiden en omgeving, die voor deze gelegenheid waren uitgenodigd. Onderwijl zorgden functionarissen van de organisatie voor de registratie. Iedereen ontving een persoonlijke toegangskaart, die bij ieder onderdeel van het veteranenfeest en bij het toegewezen nachtverblijf getoond moest worden. De oud-strijders werd op het hart gedrukt hun ticket niet te verliezen, want wie de kaart verloor kwam nergens meer binnen2!

(erfgoedleiden.nl., objectnr. PV_GN006125, rechtenvrij)

Pal tegenover het station in Leiden was het “Stationskoffyhuis Zomerzorg” gevestigd, ideaal voor het onthaal van de grote groep ‘oud-strijders van 1813-1815’, die op 26 juni rond 18.00 uur per trein waren aangekomen. De tramrails op de voorgrond en de plaquette links naast de deur (met opschrift ‘wachtkamer en plaatsbiljetten voor de tram’) wijzen erop, dat niet alleen treinreizigers zich hier konden verpozen. Dit aangename uitblazen rond het stationsplein vond toen  plaats in een vrijwel volkomen rustieke omgeving. Op onderstaande lithografie, een reclameplaat uit 1850 van het ‘Stations koffyhuis’, zijn rechts de aaneengesloten gebouwen van de horecagelegenheid geheel vrijstaand gelegen. Achteraan komt  een locomotiefje naar links aanstomen in de richting van het station in een volledig open gebied. Links achter het brugje is een deel van een stationsloods zichtbaar. Het niet op de prent afgebeelde station lag links achter de loods. In deze idyllische ambiance kwamen de drie veteranen uit oost-Zeeuws-Vlaanderen op 26 juni 1865 aan.

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_PV7036.3 ,public domain)

Nadat allen waren gelaafd en verkwikt formeerde de organisatie de ca. 600 oud-gedienden van 1813-1815 en de ca. 300 genodigde wapenbroeders uit de omgeving op de ‘Straatweg naar Haarlem’ voor het eerste officiële onderdeel. Ofschoon de eigenlijke feestdag  pas de volgende dag, 27 juni, zou plaatshebben, had het draaiboek ook voorzien in een programma voor de ‘prelude’. Allen werden opgesteld voor een feestelijke optocht van ongeveer anderhalve kilometer door de stad naar het verzamelpunt, het Militaire Invalidenhuis op de hoek van de Koppenhinksteeg en de Middelweg.
Begunstigd door werkelijk prachtig zomerweer zette de feeststoet zich in beweging in de richting van de stad met aan het hoofd een detachement der artillerie te paard, gevolgd door “de muzijk der schutterij”, een escorte van de erewacht en een deputatie van de feestcommissie. De Zeeuws-Vlaamse Jan, Arie en Levien waren voor hun hoge leeftijd nog kwiek genoeg om mee te marcheren. Voor de “oud-strijders, wier ligchaamsgebreken niet toelieten den trein te voet te volgen3, had de organisatie rijtuigen geregeld.

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_GN003046, rechtenvrij; foto, eind 19e eeuw)

Precies op deze plek in de ‘Straatweg naar Haarlem’ werd  in de vroege avond van 26 juni 1865 de stoet van de met de trein aangekomen oud-gedienden van ‘Waterloo’ geformeerd in de richting van de stad Leiden. Links de voorgevel van het verzamelpunt van die middag, koffiehuis ‘Zomerzorg’, rechts het hek ter afscheiding van het Stationsplein. In het cortège stadinwaarts liepen de drie Zeeuws-Vlaamse veteranen mee. De  Straatweg naar Haarlem kwam uit op de Rijnsburgse Poort, een van de toegangen in de door vestingwallen en -grachten omgeven stad. anders dan op deze foto rond 1900  was de bebouwing in deze straat in 1865 nog beperkt tot het station, koffiehuis Zomerzorg en een paar loodsen.

Vanaf het vertrek aan ‘Zomerzorg’ was het hooguit driehonderd meter naar de Rijnsburger brug over de Rijnsburgersingel, een deel van de vestinggracht. Direct hierachter lag de Rijnsburger Poort4, een van de doorgangen door het wallichaam. Polders, tuinderijen, een paar lusthoven en meerdere textiel- en garenblekerijen kwamen toen nog tot aan de stadssingels, de bebouwde kom begon pas binnen de wallen. De gemeente had aan deze ingang een erepoort laten plaatsen met de tekst “Welkom binnen Leiden”. Terwijl de eregasten hier passeerden bereikte hen vanaf de veranda van de naast de poort gelegen “Buitensocieteit Amicitia”5 koorgezang  van de ‘jongeheren’, voor deze gelegenheid versterkt met een aanzienlijke schare dames. Eenmaal door de stadspoort begon het feestgedruis pas echt. Alle straten langs de route waren opgepropt met toeschouwers en de bewoners van de met vlaggen, slingers en andere versieringen getooide huizen hingen uit de ramen om de helden van weleer te toe te juichen. Heel wat oud-strijders paradeerden trots in hun uniform van weleer, wat het geheel nog kleurrijker maakte. Later zou Jan Vermeersen tijdens de feestavond ter ere van zijn terugkeer uit Leiden aan zijn gehoor uitgebreid  vertellen van zijn belevenissen. Over de triomfantelijke intocht in de vroege avond van 26 juni verhaalde hij onder meer, dat de inwoners bloemen strooiden op de route onder de uitroep “Kunt ge wel gaan oude mannen? Wordt ge niet moede dierbare verdedigers?

(rijksmuseum.nl, objectnr. RP-F-F01127-CH) Foto: Jan Goedeljee, 1865-1875; Rijnsburger Poort, landzijde.

Zoo ja, zeg het maar, we zullen u dragen”6. Vanaf de Rijnsburger Poort ging de feeststoet door de Steenstraat naar de Beestenmarkt met het aanliggende Galgewater. Hier klonken vanaf de met vlaggetjes getooide bootjes onophoudelijke saluutschoten. In het  aansluitende smalle vaarwater van het Kort Rapenburg brachten leerlingen van kweekschool voor de zeevaart een saluut, stram in de houding staande op hun sloepen7.
De feeststoet eindigde bij het op de hoek van de Middelweg en de Koppenhinksteeg gelegen Invalidenhuis, het verzamelpunt voor de oud-strijders tijdens het herdenkingsfeest. De  veteranen zullen na de lange reis, de ontvangst in Zomerzorg en de optocht door de stad inmiddels flink hongerig zijn geweest. Toch moesten zij ook hier weer een officiële welkomstspeech en het spelen van het volkslied ondergaan. Eindelijk dan konden de oud-strijders zich in de tuin en binnenplaats tegoed doen aan een verlaat broodbuffet. Tijdens de maaltijd werden bier, wijn en sigaren royaal rondgedeeld8

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_PV3537.11c; foto van Gluckstadt und Munden, primaire vervaardiger; public domain)

Op de bovenste foto een overzicht van de Beestenmarkt met de rekken om het vee vast te zetten met  het Galgewater, op de onderste uit ca. 1895 de reeds lang gedempte gracht Kort Rapenburg. Tijdens het voorbijtrekken van de optocht van de oud-strijders in de avond van 26 juni 1865 werden vanaf bootjes op het Galgewater saluutschoten gelost en brachten kadetten van de zeevaartschool vanaf hun sloepen in het water van Kort Rapenburg een eresaluut.

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_PBK0548; foto: A.J. Binnendijk Jr; rechtenvrij). 

Wie na afloop van de maaltijd nog niet moe was, kon in de stad genieten van diverse festiviteiten of oude vrienden en kennissen opzoeken. De meerderheid  verlangde na de lange reis, het uitbundige onthaal en met de drukke feestdag van 27 juni voor de boeg naar de nachtrust. Waar de drie oud-strijders uit oost-Zeeuws-Vlaanderen hun nachtverblijf kregen is niet bekend. Slechts een kleine minderheid van 250 personen was ondergebracht in het Invalidenhuis. Alle andere veteranen waren verspreid gehuisvest in verspreid liggende ‘ad-hoc’ slaapgelegenheden9. De organisatie had de tijdelijke nachtverblijven laten inrichten door de Intendance10. Met vloerbedekking, bedden met “zindelijk beddengoed”, lampetkannen, waskommen, spiegels, karaffen, drinkglazen en gas- of andere verlichting sliepen de meeste gasten ongetwijfeld een stuk gerieflijker dan in hun eigen slaapkamer11. Onder begeleiding van ‘commissarissen van orde’ werden de veteranen netjes naar hun accommodaties gebracht. Bij ieder nachtverblijf was voor de zekerheid een kleine militaire wacht gestationeerd. Uit de bij de organisatie binnengekomen rapporten  bleek, dat het rond middernacht in de slaaplokalen al volkomen stil was. 

(linkedIn) tekening van Jabob Timmermans, eind 18e eeuw.

Vanwege de late beslissing om de nationale herdenkingsdag van ‘Waterloo’  voor de oud-strijders van 1813-1815  samen te voegen met de viering van het 50-jarig jubileum van de ‘ridders van de Miltaire Willlemsorde’ moesten er inderhaast nachtverblijven geïmproviseerd worden. De overgrote meerderheid van de veteranen van weleer kon ondergebracht worden in een kazerne, in een voormalig textielfabriekje  en in schoollokalen. Op de bovenstaande tekening een impressie van de “Baaihal’, onderdeel van een textielfabriekje, waar ‘baai’, een grof wollen stof voor o.m. schorten, rokken en onderkleding werd gekleurd.

  1. Hardenberg, 46
  2. Hardenberg 30; 47
  3. Hardenberg, 48
  4. Nu de Valkbrug
  5. een buiten de wallen gelegen gelegen verenigingsgebouw voor een besloten gezelschap
  6. Vlissings Weekblad, 08-07-1865, 3; Hardenberg, 38
  7. Hardenberg, 48
  8. Hardenberg, 50
  9. In de kazerne aan de Witte Poort en in schoollokalen van de hervormde diaconie, de Baaihal, het Elisabeth-gasthuis, gemeenteschool nr. 2 voor minvermogenden; Hardenberg 24, 50,51
  10. Het deel van het leger, verantwoordelijk voor de algemene verzorging van het leger, w.o. huisvesting, verpleging, kleding en voeding
  11. Hardenberg, 25-26 en 52

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief