De Krasse Knarren van Waterloo

Drie oost Zeeuws-Vlaamse oud-strijders bij de herdenking in Leiden op 27 juni 1865

8.        De napret thuis

Zoals het feest te Leiden op maandag 26 juni 1865 in de late namiddag was ingeleid, zo eindigde het ook op woensdagmorgen 28 juni.
Na het ontbijt gingen de gasten onder geleide naar het verzamelpunt Invalidenhuis en vandaar in optocht naar het station, waar zij met speciale treinen tussen 10.15 en 10.30 uur vertrokken richting Amsterdam en Rotterdam. Tijdens het oprijden weerklonk het lamgzaam vervagende gejuich van de uit de coupéramen hangende oud-strijders. Vanaf het Stationsplein waren de laatste tonen van het Wilhelmus hoorbaar en ten slotte daverde vanaf het Schuttershof het kanongebulder voor een luidruchtig maar definitief einde van het herdenkingsfeest1.

(foto boven: Van der Meer, 29; Station Haarlem 1865.
foto rechts: Van der Meer, 268; interieur van het vierassige 3e klasse rijtuig NS C 5019, ex HSM 719 uit 1940)

De – wat wazige – foto boven geeft een betrouwbaar tijdsbeeld van het rollend treinmaterieel uit 1865, het jaar van de herdenkingsdag van de ‘oudstrijders van 1813-1815’ in Leiden. Op het perron staat de door locomotief ‘Holland’ getrokken personentrein van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij  klaar voor het vertrek. Bij de losse goederenwagon rechts is het destijds door de maatschappij gehanteerde breedspoor van twee meter goed te zien.

In 1865 was de trein weliswaar het snelste vervoermiddel over land, maar allesbehalve comfortabel. Een plaats zoeken was een chaotisch en onoverzichtelijk gebeuren, want zonder een doorlopend gangpad had iedere coupé een eigen deur. De onverwarmde wagons waren ’s winters ijskoud en zonder koeling ’s zomers boedheet. In de tweede en derde klasse waren de zitbanken van hout. De bonkige bewegingen a.g.v. het breedspoor bevorderde het reisplezier evenmin. Op de foto hiernaast van het interieur van een derde klasse rijtuig uit 1940 oogt de inrichting nog even Spartaans als rond 1865

37

Van de drie oud-strijders uit  oost-Zeeuws-Vlaanderen arriveerden Jan Vermeersen en Arie van den Boogaart op vrijdag 30 juni weer in hun woonplaatsen. De lokale  kranten rapporteerden uitgebreid over het onthaal, dat de feestgangers ten deel viel. Ondanks het ontbreken van snelle  communicatiemiddelen wist men in Hulst in de vroege vrijdagochtend al, dat beide veteranen zich in Sint Niklaas bevonden. Mogelijk kwam de snelle berichtgeving tot stand via een ijlkoerier te paard of per postduif. Op het moment, dat Jan en Arie rond 10.00 uur bij de Gentse Poort aankwamen, was een groot deel van de stedelingen ter begroeting uitgelopen. De  schooljeugd onder leiding van de stadsonderwijzer en het Muziekgezelschap Harmonie met [vice-] directeur  A.L.J.van Waesberghe stonden paraat voor de muzikale hulde. Na een kort welkomstwoord zongen de leerlingen, begeleid door de harmonie, het gelegenheidslied ‘De Waterloovlakte’, op muziek gezet door de dirigent van het muziekgezelschap Pius de Pauw 2. Daarop ging het in optocht stadinwaarts richting burgemeesterswoning met de harmonie voorop en de zingende schooljeugd daarachter. Aan het eind van de stoet defileerden de twee ‘veteranen van 1813-1815’, waarbij Jan Vermeersen indruk maakte “met eene nog echt fiere militaire houding”3. Burgemeester Philip Pierssens begroette “den grijzen strijders”  feestelijk en na nog enige toespraken, harmoniemuziek en kindergezang kregen de veteranen van Waterloo daar een verversing. Vervolgens trok de stoet verder naar de door de buurt versierde Kreupelstraat, waar aan de woning van Jan Vermeersen een erepoort gebouwd was. Hierna gingen allen uiteen.

De feestelijke dag werd ’s avonds voortgezet met een serenade van de harmonie aan het huis van het echtpaar Vermeersen, dat vervolgens naar de “muzijkzaal” in “Het Wapen van Zeeland” van herbergier Daniel Eijlders in de Grote Zwanenstraat werd geleid. Hier mocht Jan in een verheven zetel plaats nemen ter ere van een voor hem gehouden buitengewoon concert o.l.v. muziekmeester P. de Pauw, bijgewoond door de “heren honoraire leden en hun dames”4. Bij het aanbieden van de erewijn overhandigde voorzitter Van Waesberghe aan Vermeersen een diploma als erelid van het muziekgezelschap. Op de rustige momenten tussen de muziekstukken door vertelde Vermeersen honderduit over het nationale herdenkingsfeest te Leiden, waar het publiek tijdens de optochten bloemen op de weg strooide en de helden van weleer toeriep “Kunt ge wel gaan oude mannen? Wordt ge niet moede dierbare verdedigers? Zoo ja, zeg het maar, we zullen u dragen”. Ook toonde Vermeersen een te Charleroi getekend stuk uit het laatste jaar van zijn dienstplicht , getekend op 7 oktober 1820, voorzien van elf handtekeningen met de erkenning, dat Vermeersen een uitmuntend schermmeester was.
Van meer blijvende waarde dan de genoeglijke avond  was de spontane ingeving van arts Emanuel Vogelvanger. Als  teken van erkenning en voor het verzekeren van een meer onbekommerde oude dag liet hij een lijst rondgaan om in te tekenen voor een jaarlijkse bijdrage voor de echtelieden Vermeersen. 
Na afloop van de soiree werd het bejaarde echtpaar netjes naar huis geleid door de harmonie en de honoraire leden met hun dames en ondanks het late tijdstip was ook de schooljeugd nog present om de dag met – wederom – de ‘Waterloovlakte’ af te sluiten.

De ontvangst van Arie van den Bogaart in Graauw is door de krantenjournalistiek al even uitgebreid vastgelegd.
Toen men in de ochtend van 30 juni in Graauw vernam, dat hij in het gezelschap van Jan Vermeersen in Hulst was teruggekeerd, liet men daar een postduif op met het bericht, dat Arie ’s middags aan de gemeentegrens bij ’t Jagertje door de burgemeester persoonlijk zou worden afgehaald . 

(atlas van Kuyper, in atlas1868.nl, objectnr. Z-E30, kaart van de gemeente Graauw en Langendijk uit 1865)

Linksonder raakt de punt in de geel-oranje grenslijn van de gemeente Graauw het grondgebied van de gemeente Hulst. Op deze locatie, ter hoogte van “Het Jagertje” werd Arie van den Boogaart door de burgemeester van Graauw afgehaald. 

Als er vroeger van officiële zijde iemand in de gemeente verwelkomd of uit de gemeente uitgezwaaid werd, had dit moment doorgaans plaats aan de gemeentegrens bij een van de uitvalswegen. Op 30 juni 1865 was ‘veteraan van 1813-1815’ Arie van den Bogaart uit Graauw eventjes belangrijk genoeg om hem aan de gemeentegrens ‘in te halen’. De gemeente Graauw raakte de grens met de gemeente Hulst in een puntige strook ter hoogte van ’t Jagertje [linksonder op de kaart hierboven]. Hier mocht Arie voor de terugreis naar zijn woonplaats plaatsnemen naast burgemeester Andries Bogaert in diens met vlaggen versierde open koets. De bereden erewacht stelde zich voor, achter, links en rechts van het rijtuig op om de oud-strijder plechtstatig te escorteren. In het gehucht Zandberg reed de de stoet al vast in de massa van de massaal uitgelopen ingezetenen. Stapvoets ging het cortège onder meerdere inderhaast opgerichte erepoorten door en hield men halt voor de onvermijdelijke feestdronk. Toen daarna de weg naar de bebouwde kom van Graauw werd vervolgd stierven de  Zandbergse vreugdekreten weg om over te gaan in een klankenbrij van gejubel van inwoners, van kerkklokgelui en van her en der afgeschoten geweer- en pistoolsalvo’s. Overal langs de kant zag men uitbundig  gewuif met hoeden en petten. Het escorte werd ontbonden aan de gemeentekamer, waar eregast Arie door de burgemeester en de gemeentesecretaris werd gelukgewenst en de onvermijdelijke volgende erewijn kreeg gepresenteerd. Bij deze officiële ontvangst was ook de 81-jarige huisgenote van Arie, Apolonia Herman, aanwezig. Het feestvertoon ging verder met een rondwandeling annex kroegentocht door het met vlaggen en erebogen versierde dorp, onder aanhoudend gezang, gejuich, vreugdeschoten en het de niet aflatende heildronken. Eerst rond half tien ’s avonds bereikte het feestgewoel het huis van de inmiddels zeer vermoeide veteraan en nog was het niet genoeg. In de stampvolle woning klonk nog meer gezang en vloeide de wijn nog even rijk, totdat de burgemeester aangaf dat het uur van afscheid nu echt daar was. 

  1. Hardenberg, 109-112
  2. Sluisch Weekblad, 07-07-1865, 3
  3. Het Hulsterblad 01-07-1865, 1; Vlissings Weekblad, 08-07-1865, 3
  4. Donateurs

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief