Titanengevecht

Gepubliceerd door Huub Stals op

Een groot gevecht van kleine titanen

De verhouding tussen gereformeerde kerk en magistraat op scherp

I          Kerkenraad en magistraat: een complex vlechtwerk

In het laatste decennium (1785-1795) van de “Verenigde Provinciën”1 ontstond er in Hulst een kortstondig, maar diepgaand conflict tussen de gereformeerde kerkenraad en de magistraat2.
Onenigheid tussen kerkelijke en stedelijke besturen was een regelmatig terugkerend euvel, een uitvloeisel van de Nederlandse Opstand en de Protestantse Reformatie. De lokale overheid wilde niet, dat de vroegere dominantie van de rooms-katholieke kerk werd vervangen door een heerschappij van de gereformeerde gemeente. De kerkenraad was bang om de vrijheid van het verkondigen van de geloofsleer en het handhaven van de kerkorde te verliezen aan een bemoeizuchtige magistraat. Hoe meer raakvlakken er waren bij het opzoeken van de grenzen van de wederzijdse invloedssferen, des te groter was de kans op een confrontatie.
In Hulst waren in dit verband de meningsverschillen over het bestrijden van de rooms-katholieke kerk, de onderlinge verhouding tussen het burgerlijk armbestuur en de gereformeerde diaconie3 en de financiering van de armenzorg drie heel effectieve katalysatoren. De vlam kon echt in de pan slaan als er een aantal draden van het kerkelijke en wereldlijke vlechtwerk samenkwamen in een concreet geschilpunt. Zo’n conflict deed zich begin september 1787 voor, toen een weduwe met achterlating van vier van haar vijf kleine kinderen heimelijk uit Hulst de benen nam. Deze casus geeft een illustratief inkijkje in de verhoudingen tussen de gereformeerde kerkenraad en de magistraat van Hulst aan het einde van de 18e eeuw4Leden van de magistraat voor de periode 16-06-1787 t/a 19-06-1789: burgemeester Pieter Tegelberg; schepenen: Levien van Goethem, Jan van Dortmont, Leonard Koning, Dirk van den Bogaart, Marcus Cardon, Isaac Gallandat. Leden van de gereformeerde kerkenraad voor de periode 21-12-1786 t/a 21-12-1787: de drie predikanten Willem te Water, Johan van der Sloot, Adriaan Cremer; ouderlingen: Frans Romaal, Levien van Goethem, Cornelis Obijn, Dirk van den Bogaart; diakenen: Adriaan Borghstijn, Cornelis Verberkmoes, Berend Aartsink, Antonie(?) Carton.

Frontispice5van het ‘Egtreglement’ voor de zogeheten ‘Generaliteitslanden’, de door de Zeven Verenigde Provinciën veroverde gebieden Zeeuws-Vlaanderen, Brabant en de Limburgse Landen van Overmaas. Al had het huwelijk voor het protestantisme als sacrament afgedaan, als instituut was het nog heilig genoeg om het te behouden en te behoeden. Het op 18 maart 1656 door de Staten-Generaal (De Generaliteit) bekrachtigde ‘Egtreglement’ bevatte strikte bepalingen over huwelijk, relaties en geslachtsgemeenschap. Buitenechtelijke seksualiteit werd categorisch afgewezen en bestreden. Het vrije seksuele leven van de weduwe Vogelhei was voor het plaatselijke gereformeerde kerkbestuur een van de grootste pijnpunten in het conflict met het stadsbestuur van Hulst.

(Egtreglement, over de steeden en ten platten Lande, in de heerlijkheeden en dorpen, staande onder de Generaliteit,
’s-Gravenhage 1664, Universiteitsbibliotheek Gent, BIB. MEUL.003575).

2. Weduwe Vogelhei als de lont in het kruitvat

Op 8 september 1787 had de gereformeerde kerkenraad van Hulst een buitengewone vergadering ingelast met als enig agendapunt de bekostiging van de vier minderjarige kinderen van de weduwe Vogelheij. Op zich was dit niets bijzonders, want jonge gezinnen, waaraan de kostwinner ontviel, vervielen snel in kommervolle omstandigheden, waardoor ze doorgaans meteen in de armenzorg terecht kwamen. Dit onheil trof ook deze weduwe en haar kroost. Omdat in Hulst een burgerlijk armenhuis ontbrak en de gereformeerde diaconie alleen een paar ongebruikte militaire barakken als opvang tot haar beschikking had, moesten veel behoeftigen bij particulieren worden uitbesteed.

In het gedeelte tussen de Dubbele Poort en de Bagijnepooort stonden veel militaire barakken. De gereformeerde diaconie had in dit stadsdeel enkele ervan in bezit als armenbarak, op de plattegrond aangegeven als baracken’.

(GAH, SA, nr. 588, detail plattegrond van Hulst door David Hattinga, 1769).

De weduwe Vogelheij had haar kinderschare kunnen onderbrengen bij Maria Schapekaas, als praktiserend kerklid voor de gereformeerde kerk een veilige keuze, welke liefdevolle opvang door de diaconie dan ook gehonoreerd werd met een kleine vergoeding per kind. Deze ondersteuning stond onverwacht ter discussie door de vrij unieke situatie, dat de moeder vier van haar kleintjes in de steek liet en met haar zes maanden oude jongste dochter vertrok met onbestemde bestemming. Het gereformeerde kerkbestuur zag in het stil wegloopen van de weduwe”6een uitgelezen kans om in één keer onder de bedéling van haar vier arme kinderen uit te komen. De redenering daarbij was, dat naast de overleden vader nu ook de moeder, civiliter mortua”, als gestorven kon worden beschouwd7. Gemakshalve ging men er van uit, dat zij voorgoed verdwenen was, dat haar kinderen als ‘volle wezen’ ten laste van het burgerweeshuis kwamen en zodoende de financiering van het kroost door de diaconie direct beëindigd moest worden. Dominee Adrianus Cremer en diaken Cornelis Verberkmoes brachten het standpunt van het consistorie over aan het stadsbestuur, dat meteen met een ‘resolutie’8 kwam om het belang van de kinderen veilig te stellen. De kerkenraad kreeg hierin de schriftelijke aanzegging om provisioneel (voorlopig) voor de Allimentatie van de voorschreeve Kinderen te zorgen, Immers tot zoo lange daar in de Een of andere wijze Zal weezen voorsien”9. Om in deze kwestie weloverwogen te kunnen beslissen, nodigde de magistraat zowel de Gedeputeerdens uit den Welew. Kerkenraad” als de Heeren Buiten Regenten van het Borgerweeshuis” uit voor een gezamenlijk overleg op 21 september 1787. In deze vergadering betoogde dominee Cremer – mede onder verwijzing naar het structurele financiële tekort bij de diaconie – dat door de vlucht van de weduwe Vogelheij de plicht tot onderhoud van haar en haar kinderen was komen te vervallen. Men zou zich wel kunnen vinden in een eerlijke verdeling van de kosten, maar alleen onder de strikte voorwaarde, dat de kinderen onderdak zouden krijgen in het burgerlijk weeshuis. De heren buitenvaders wezen een dergelijke schikking resoluut van de hand, omdat een weeshuis nu eenmaal een instelling voor ouderloze kinderen was en “gemelde kinderen” dus geenzins tot hun departement” behoorden. Daarop gaf de deputatie van de kerkenraad verontwaardigd te kennen, dat de “Diakonie zich dan insgelijks de zorge dezer kinderen” niet zou aantrekken10.
De toon was gezet!

In het voormalige Minderbroederklooster aan het ’s-Gravenhofplein was één vleugel van het gebouw in gebruik als weeshuis. Het stadsbestuur hield het aantal weeskinderen om budgettaire redenen beperkt. De vroegere kloosterkerk (rechtsonder) deed dienst als wapenarsenaal.

(GAH, SA, nr. 588, detail plattegrond van Hulst door David Hattinga, 1769).

3. De gereformeerde hakken in het zand

Omdat de bespreking van de magistraat, de Heeren Weesmeesteren” en de afgevaardigden van de kerkenraad het conflict had verdiept, vroeg het stadsbestuur de kerkbestuurders hunne sustennen (argumenten) binnen heeden en veertien Dagen aan dit collegie in Scriptis (schriftelijk) te suppediteeren” (over te brengen) en herhaalde voor de zekerheid nogmaals het officiële besluit om provisioneel met den Onderhoud van voorschreve Kinderen zig te blijven belasten”11. Het verzoek om de bezwaren op schrift te stellen was niet aan dovemans oren gericht, want het ongenoegen was in het consistorie inmiddels behoorlijk toegenomen. Een lange vergadering voor het opstellen van de voornaame hoofd-poincten” leverde bijgevolg een langdradig, rijk beargumenteerd verweerschrift op. Dat er van enige toenadering nog geen sprake was blijkt uit de mededeling, dat het onderhouden van de kinderen Vogelheij onder het sterkste protest” en alleen maar uit veneratie voor de laatst toegezondene resolutie” van de magistraat was gedaan12. Onverkort zag men in het stiekeme vertrek van de weduwe een legitieme grond om de kinderen als wees aan te merken, op grond waarvan zij alle vier in het burgerlijk weeshuis thuishoorden in plaats van ten laste te blijven van de gereformeerde diaconie. Als bijkomend voordeel zouden huisvesting en geestelijke en materiële gezondheid daar veel beter geborgd zijn, omdat het voor de diaconie altijd een heidens karwei was om geschikte woonruimte te vinden onder behoorlijk opzicht”, d.w.z. uitbesteed bij godsdienstig betrouwbare kerkleden. In dit verband verzocht het kerkbestuur in het vervolg verschoond te blijven van de herhaalde resoluties van de magistraat om (voorlopig) de betreffende kinderen te blijven verzorgen. 
Als tweede “hoofd-poinct” in het betoog werd de financiële draagkracht van de bekrompene Diakonie” scherp afgezet tegenover het welgeregeld weeshuis”, dat beschikte over een regelmatige inkomstenbron, waaruit eene rijke overvloed ontspringt, dubbel toereikende, om den Armen blijmoedig te onderschragen” (ondersteunen). Vergeleken met de Heeren Regenten van het Arme-Weeshuis, die de handen zoo veel ruimer hebben, dan de Kerkeraad”, moest de diaconie volgens het consistorie altijd met veel te weinig middelen in het levensonderhoud voorzien van alle behoeftigen, terwijl in het voormalige klooster aan het ’s Gravenhof  nooit meer dan een handjevol weeskinderen verbleef. De irritatie op dit punt stond niet op zichzelf. De notulenboeken van kerk en stadsregering bevatten vrijwel de hele 18e eeuw regelmatig vergelijkbare onderlinge geschillen over het faciliteren van de zorg voor armen en wezen. De ‘eeuwige’ constante hierin was het vermeende onrecht van de financiële achterstelling van de diaconie ten opzichte van het weeshuis, wat de kerkenraad als erg onrechtvaardig beschouwde. Om dit extra kracht bij te zetten werd in het klachtschrift nog het precedent opgevoerd van twee kinderen, die al elf jaar in het weeshuis woonden, terwijl de moeder nog leefde. In het schrijven aan de magistraat was de woede inmiddels zo groot, dat de argumentatie vergezeld ging van beschuldiging en dreigement. Zo verweet de kerkvergadering, dat het stadsbestuur weigerde de Heeren Regenten van ’t Armen Weeshuis” te gebieden “om insgelijks zoo veel, tot het provisioneele onderhoud dezer kinderen” bij te dragen. En als de magistraat deze quaestie” nog langer zou laten aanlopen, zou de kas van de diaconie merkelijk uitgeledigd raken”, wat onherroepelijk een versobering van de toch al karige bedeling van de armen zou leiden13.

Op 25 juli 1788 liet de halfjaarlijkse afrekening van de armenkas van diaken Donkersloot een tekort zien van elf ponden Vlaams. We lezen verder, dat dit debet “gerestitueerd” (aangevuld) werd “door den Grooten Ontvanger” (penningmeester) van de gereformeerde kerkenraad. Hij kon op zijn beurt een eventueel kastekort bij de magistraat declareren. Alleen al om deze reden was het met de financiële achterstelling van de diaconie lang niet zo slecht gesteld als de kerkenraad graag deed geloven.

GAH, NHH, nr. 86, fol. 91v, 25-07-1788).

  1. Synoniemen: De Republiek; de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
  2. De kerkenraad is het bestuur van een protestante gemeente, bestaande uit de predikanten (syn. dominees) en ouderlingen. De diakenen, protestantse armenverzorgers, behoren formeel niet tot de kerkenraad, maar wonen doorgaans wel de vergaderingen van de kerkenraad bij. Als synoniem voor kerkenraad wordt het begrip ‘consistorie’ gebruikt. De magistraat is het stadsbestuur, bestaande uit burgemeester en schepenen
  3. De diaconie is (het bestuur van) de kerkelijke armenzorg
  4. Een frontispice is een grote illustratie op de bladzijde tegenover de titelpagina van een boek
  5. GAH 89, 121, notulen vergadering gereformeerde kerkenraad, 08-09-1787
  6. Civiliter mortuus betekent letterlijk ‘burgerlijk dood’ en is de Latijnse juridische term voor een vroeger voorkomende straf, waarbij iemand ‘juridisch dood’ werd verklaard. De veroordeelde verloor hierbij (bijna) alle burgerrechten. De gereformeerde kerkenraad in Hulst gebruikte dit wetsartikel in deze situatie oneigenlijk door de in leven zijnde weduwe als werkelijk overleden te beschouwen
  7. Een resolutie was destijds een bestuursbesluit met de kracht van wet
  8. GAH SA 17, fol. 13v, notulen van het stadsbestuur 14-09-1787; De buitenregent (syn. buitenvader, weesvader, weesmeester, regent) was een buiten het weeshuis wonend bestuurder van het weeshuis, i.t.t. de binnenregent of binnenvader, de in het weeshuis wonende functionaris, belast met de dagelijkse leiding
  9. GAH SA 17, fol. 14, 21-09-1787; GAH 89, 21-09-1787, blz. 128
  10. GAH,  SA 17, fol. 14, 21-09-1787
  11. GAH 89, 24-09-1787, blz. 133; Veneratie is letterlijk uit eerbied, uit ontzag, d.w.z. de kerkenraad kon niet anders dan tegen zijn wil gehoorzamen, omdat hij  op grond van de betreffende resolutie onderworpen was aan bestuursdwang
  12. GAH 89, 24-09-1787, 131-141
Categorieën: Personen

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief