De Krasse Knarren van Waterloo

Drie oost Zeeuws-Vlaamse oud-strijders bij de herdenking in Leiden op 27 juni 1865

7.     Het nationale herdenkingsfeest op dinsdag  27 juni 1865

Op dinsdag 27 juni 1865 om acht uur ’s morgens kondigden 21 minuutschoten vanaf het Schuttersveld, gevolgd door het bespelen van het carillon de officiële opening aan van het nationale herdenkingsfeest ter ere van het 50-jarig bestaan van de Militaire Willemsorde en het gouden jubileum van de ‘Waterloo- oud-strijders’1. Op dat moment zaten Jan Vermeersen uit Hulst, Arie van Boogaart uit Graauw en Levien van Vooren uit Zuiddorpe aan een fatsoenlijk ontbijt, waarbij naast koffie en thee ook bier (!) werd geschonken2. Na het ochtendmaal brachten commissarissen van het feestcomité alle veteranen en orderidders, die in Leiden overnacht hadden, naar het Invalidenhuis, waar het rond 10.00 uur verzamelen geblazen was. Per omgaande vertrok men hiervandaan onder militair ere-escorte en muziek optochtsgewijze naar de “Grote Ruïne”. Voor deze dag was immers een veel grotere ontmoetingsruimte nodig, omdat later in de ochtend ook de veteranen van 1813-1815 en de orderidders uit de directe omgeving per trein of met eigen vervoer zouden aankomen3.

(erfgoedleiden.nl, objectnr.  PV_PV29329W.10b; foto: Jan Goedeljee,ca. 1880; rechtenvrij)

In de late namiddag van 12 januari 1807 ontplofte een in de stadsgracht langs de straat “Het Steenschuur” aangemeerd schip met een lading van ca. 18000 kilo buskruit. De direct ten noorden en ten zuiden van ‘Het Steenschuur’ gelegen woonwijken werden door de explosie compleet weggevaagd. Van herbebouwing of een andere invulling van de open ruimte kwam het maar niet. In 1865 waren de littekens van de ramp nog steeds als open vlakken zichtbaar onder de namen “Kleine Ruïne” en ”Grote Ruïne” (het huidige Van der Werffpark). Op deze foto uit 1880 vindt een geschutexercitie van de artillerie plaats op de “Grote Ruïne” . Naast militaire oefeningen waren de terreinen uitermate geschikt voor grote evenementen met veel deelnemers, zoals op 27 juni 1865.

In Leiden was het vanaf de vroege ochtend een drukte van belang. Zowel door ingezetenen als van stadswege werden huizen en straten (verder) versierd en apparatuur geplaatst voor de avondlijke feestverlichting. Er heerste een gezellig chaotische sfeer door de toestroom van oud-strijders en ridders van de Militaire Willemsorde uit Leiden en omgeving. Veel veteranen zaten in versierde rijtuigen, omringd door een schare dorpsgenoten. Verschillende groepen waren in uniforme kleding gestoken en droegen banieren met zich mee4. Allen togen naar ‘koffiehuis Zomerzorg’ voor inschrijving en samenvoeging met de  veteranen en ridders, die rond 10.15 uur per trein uit Amsterdam, Haarlem, Utrecht en de provincie Zuid-Holland zouden arriveren5. Een flinke vertraging in de aankomst van de extra-treinen zorgde ervoor, dat de feestelingen pas vanaf 11.30 vanaf ‘Zomerzorg’ konden vertrekken, een uur later dan het draaiboek voorschreef. Bij de feestelingen in “De Grote Ruïne” zat de stemming er intussen goed in, temeer omdat rond 11.00 in een met vier paarden bespannen open rijtuig prins Frederik der Nederlanden was aangekomen. Hij was de tweede zoon van koning Willem I en dus de oom van koning Willem III en met afstand de meest geliefde en immens populaire ‘Oranjetelg’ .

(rijksmuseum.nl., objectnr. RP-F-F00677-F;

foto van Prins Willem Frederik Karel (* 28-02-1797 Berlijn – † 08-09-1881 Wassenaar door Maurits Verveer, ca. 1865)

Als tweede zoon van koning Willem I en Wilhelmina van Pruisen kwam prins Frederik niet in aanmerking voor de troonopvolging. Hij doorliep als vorstenzoon de gebruikelijke militaire carrière en ontpopte zich als sociaal weldoener in de armenzorg en diplomatiek verzoener binnen de familie Oranje. Willem III had getuige zijn bijnaam “Koning Gorilla” een veel slechtere reputatie dan zijn oom prins Frederik van Oranje, van wie werd gezegd: “de beste koning, die Nederland nooit gehad heeft”. Het was voor Zijne Majesteit Willem III op deze feestdag beslist heel wrang, dat de volle aandacht voor ‘Oranje’ niet naar hem, maar naar Frederik ging. Ook kon de koning bij lange na niet tippen aan zijn oom Frederik, die ook nog eens oud-strijder van 1813-1815 was6. De prins was de ideale verbindende schakel tussen Oranje en het volk. Zelf had hij er ook duidelijk zin in. De hele dag gaf hij ‘acte de présence’, genoot met volle teugen van de festiviteiten en mengde zich tot diep in de avond tussen de ridders van de Militaire Willemsorde en de oud-strijders van 1813-1815.

Prins Frederik bevestigde zijn gode naam door zich op de “Grote Ruïne” minzaam te onderhouden met de helden van 1813-1815 – hij was er immers zelf een! – en met de ‘ridders’ van de ‘Militaire Willemsorde’, van wie een aantal eveneens ‘Waterloo-veteraan’ was. We kunnen ons goed voorstellen, dat Jan Vermeersen, Arie van den Boogaart, Levien van Vooren zich met alle anderen erg vereerd voelden door de spontane koninklijke aandacht van de prins. Met een vertraging van ongeveer een uur kwam rond 12.00 uur de van ‘Zomerzorg’ vertrokken groep op de “Grote Ruïne” aan. Door het oponthoud was er geen tijd meer om het gezellig samenzijn te continueren, noch voor een korte lunch. Om 13.00 uur zou Zijne Majesteit aankomen aan de Pieterskerk voor de plechtige bijeenkomst en je kon het staatshoofd bezwaarlijk laten wachten. Prins Frederik en de ook aanwezige minister van oorlog Blanken achtten het daarom raadzaam de nu complete groep jubilerende veteranen en ridders te laten afmarcheren. Het enthousiasme van het massaal opgekomen publiek kende geen grenzen op de route van de “Grote Ruïne” naar de Pieterskerk. Hoe geliefd prins Frederik was, bleek toen in de Nieuwsteeg een rij van in het wit geklede meisjes de weg voor hem met bloemen bestrooide7. Aan de met oranje en nationale kleuren versierde hoofdingangingang van de kerk gekomen werden de oudstrijders van 1813-1815 op vertoon van hun entreebewijs binnengelaten.  Voor de ‘ridders’ voldeed hun op de borst gedragen ridderkruis uitstekend als identificatiemiddel. 

(erfgoedleiden.nl, objectnr.  PV_mfo20060023; foto: J. Goedeljee, rechtenvrij; 1865)

Op deze net voor 27 juni 1865 gemaakte foto zien we de interieuropstelling in de Pieterskerk te Leiden vanaf het koor in het oosten naar het westen met achteraan  het orgel. Voor de plechtige bijeenkomst in aanwezigheid van de koning was o.l.v. stadsarchitect J. Schaap het gebouw  ontruimd en opnieuw ingericht door decorateur C. van de Berg. Als in een amfitheater waren banken en stoelen oplopend geplaatst om de ca. 2600 genodigden een zo goed mogelijk uitzicht te geven op de vrijgemaakte ‘ koninklijke’ rechthoek vóór de preekstoel.
In deze ‘vip-lounge’ zouden Zijne Majesteit en de prinsen zetelen op vergulde zetels, omringd door een keur aan hooggeplaatste burgerlijke en militaire functionarissen. Omdat de ceremonie centraal stond was er niet gekozen voor een uitbundige decoratie van het interieur.  Alleen aan de muren van het middenschip vlak boven de pilaren prijkten bundels van licht- en donkerblauw laken en nationale vlaggen.

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_mfo20060022,foto: J. Goedeljee; , rechtenvrij, 1865)

Op deze detailfoto in de richting van het koor is de rechthoekige ‘koninklijke loge’ duidelijk in beeld gebracht. Van de zes zetels in het midden waren de middelste twee – met sierkussens en voetenbankje – gereserveerd voor koning Willem III en zijn oom prins Frederik. De prinsen Willem en Hendrik zouden naast hen plaats nemen. De stoelen achter en naast de zes fauteuils en de lange met wit doek gedekte banken boden plaats aan de adjudant en de ordonnans van de vorst, de leden van het kapittel (= het bestuur) van de ridders van de Militaire Willemsorde en de leden van de feestcommissie van de nationale herdenking op deze 27e juni. De voor deze gelegenheid  rondom de loge geplaatste kerkbanken waren alleen gereserveerd voor de ridders van de Militaire Ridderorde; de oud-strijders zaten verder weg op de oplopende zitplaatsen. Aan het zilveren ‘ridder’-kruis werd kennelijk meer waarde toegekend dan aan het zilveren ‘kruis 1813-1815’8.

Even voor 13.00 uur bereikte het met vier paarden bespannen open rijtuig van de vorst en zijn zoons kroonprins Willem en prins Hendrik, komend uit de richting Den Haag de stad bij de Witte Poort 9. Vanzelfsprekend reed de koning voor zijn cortège door de stad eerst onder een rijk met vlaggen en wimpels voorziene erepoort door. De stoet, begeleid door een erewacht van leden van het Leidse studentenkorps en een detachement ‘dragonders’ kwam door de geestdrift van de opeengedrongen menigte slechts stapvoets voort.
Aan de ingang van het kerkgebouw weerklonk ter begroeting van het staatshoofd het Wilhelmus, waarna prins Frederik zijn neef de koning en de prinsen vanaf de ingang naar het majesteitelijke pluche leidde.
Een treffend moment deed zich voor toen een in uniform geklede gewezen “marketentster” haar opwachting in de kerk maakte, ondanks de uitsluiting van deelname  aan de officiele onderdelen van de herdenkingsdag. Ze wist zelfs de koning te benaderen en hem een “bloembouquet”10 aan te bieden. Toen de vorstelijke eregasten waren gezeten besteeg predikant Abraham Rutgers van der Loeff, feestredenaar van dienst, de kansel voor de openingsrede. De lengte en het gezwollen taalgebruik van de toespraak deden niet onder voor de preek van de zondagsdienst. Na een breedsprakig overzicht van de wording en status van de ‘Militaire Willemsorde’ werden de ‘orderidders’ en de ‘oud-strijders van 1813-1815’ herhaald bejubeld en met name de ‘Oranjetelgen’ onder hen tot nog verhevener militaire helden gemaakt. Meermalen richtte spreker zich tot koning Willem III persoonlijk, hem dankzeggend voor zijn aanwezigheid op de door hem aangeboden nationale feest- en herdenkingsdag. Toch kon de redenaar ondanks zijn welsprekende vleierij en gezwollen taal niet om de historische werkelijkheid heen. De instelling van de ‘Militaire Willemsorde’ en de krijgsverrichtingen van de ‘orderidders’ en ‘Waterloo-veteranen’  golden wat ‘Oranje’ betreft alleen koning Willem I, koning Willem II en prins Frederik.
Ook de koning refereerde in zijn – overigens erg korte – dankwoord aan “de diensten door de ridders en oud-strijders, de soldaten van de beide eerste Koningen, zijn geëerden grootvader en zijn onvergetelijken vader”. En “Waren Willem I en Willem II” vervolgde hij “persoonlijk bij de feiten der jaren 1813-1815 betrokken, Ik, Uw Koning voel mij gelukkig dit gouden feest te mogen vieren” . Zich ten slotte direct tot de jubilarissen wendend sloot Willem III af met de woorden ” “Ik heb U lief gelijk gij mij lief hebt”11.

(rijksmuseum.nl, objectnr. RP-T-00-3917)

Op dit schilderij van een onbekende meester strekt koning Willem III tijdens de plechtige samenkomst op 27 juni 1865 in de Pieterskerk te Leiden zijn rechterarm uit naar zijn oom prins Frederik, de jongere broer van ’s konings grootvader, Willem I. Als ‘oud-strijder van 1813-1815’ kreeg Frederik van Oranje als eerste van de veteranen het zilveren herdenkingskruis opgespeld. Naast prins Frederik staan de zoons van de koning, kroonprins Willem en prins Hendrik. De  interpretatie van de schilder is overigens een vrij juiste afspiegeling van de ‘zetelverdeling’ naar sociale status. Van de zitplaatsen rondom de roodfluwelen koninklijke zetels was het gedeelte naar het koor toe (hier op de achtergrond) voorbehouden aan de ridders van de Militaire Willemsorde. De zitbanken links en rechts waren gereserveerd voor een keur aan hoogwaardigheidsbekleders uit het hof van de vorst, het stadsbestuur van Leiden, hoge militairen en leden van de organisatie van de nationale herdenkingsdag. De meer naar achter in het middenschip en zijbeuken geplaatste oud-strijders zijn op dit schilderij niet te zien.

De jubilerende veteranen en orderidders barstten na de slotzin van de vorst uit in een oorverdovend gejuich en riepen de koning aan. Willem III wendde zich nu  tot zijn oom Prins Frederik van Oranje. Had de vorst in zijn dankwoord  alleen naar de wapenfeiten van  koning Willem I en II gewezen, nu herinnerde hij het aanwezige publiek aan de “krijgsmansdeugden”12 van prins Frederik van Oranje. Vervolgens hechtte hij het “Zilveren Herdenkingskruis 1813-1815”  op diens borst. De vorst onderhield zich nog eventjes met enige dignitarissen, waarna hij de ceremonie voor gezien hield. Links en rechts nog orderidders en oud-strijders de hand drukkend op weg naar buiten verliet hij het kerkgebouw om naar de residentie terug te keren.

(erfgoed leiden, objectnr. PV_PV22148.1a; rechtenvrij)

Dankzij fotoatelier J. Goedeljee & Zn uit Leiden kijken wij nog mee in het afgeladen interieur van de Pieterskerk in Leiden tijdens de ceremonie in de middag van 27 juni 1865. Achteraan in het koor onder het orgel zitten op twee niveau’s ‘orderidders’. Het aansluitende deel van het middenschip was eveneens voorbehouden aan ‘orderidders’, alsmede aan  hoogwaardigheidsbekleders van diverse pluimage. Er is gekiekt tijdens de rede van dominee Abraham Rutgers van der Loeff (links achter op de preekstoel). Van de ca. 2100 ‘oud-strijders’ komt alleen een klein deel op de voorgrond in beeld. Ergens in de menigte van het middenschip, zijbeuken en dwarsschepen maakten de drie oost-Zeeuws-Vlaamse ‘veteranen van 1813-1815 de plechtigheid mee. Het gedenkboek van het nationale feest memoreert: “Zeker hadden de meesten der oud-strijders nooit gedacht, toen zij in hunne jeugd de wapenen aangordden tot bevrijding van den vaderlandschen grond, dat het hun nog gegund zou worden, om in gevorderden leeftijd te zamen te komen, om de dankbare hulde te ontvangen voor diensten, ruim vijftig jaar geleden door hen aan het vaderland bewezen.13.

Direct na het vertrek van Zijne Majesteit formeerden de ‘ordecommissarissen’ het defilé voor de laatste optocht van deze gedenk- en feestdag. Alles verliep weer strikt in de volgorde, door het draaiboek aangewezen: de leden van het kapittel van de ‘orderidders’, de leden der feestcommissie, de ‘orderidders’, de ‘veteranen van 1813-1815’ en andere genodigden, voor en achter een militair escorte en “muzijkkorpsen” tussen de groepen. Langs de route naar de “Grote Ruïne” en vooral in de sjieke straten Het Rapenburg en de Breedestraat, waren de huizen getooid met vers groen en andere kleuren. Overal gewapper van vlaggen, wimpels en banieren, het wuiven met hoeden en doeken, het juichen van duizenden aaneengeschaarde toeschouwers. En jawel, opnieuw strooide men bloemen en zelfs hele boeketten als prins Frederik, op deze dag ‘de eerste onder zijn gelijken’ van de helden van weleer voorbijreed14. Niet genodigd, maar toch nadrukkelijk aanwezig in de stoet waren enige “marketentsters”, onder wie ook de geüniformeerde “zoetelaarster”, die daarvóór de kerk was binnengeglipt.

(bron onbekend)
Een “marketentster”, “zoetelaarster” of ” cantinière” op leeftijd, maar nog steeds in functie en dus in vol ornaat, inclusief drankvaatje met tap aan de voorkant. Op 27 juni 1865 wist een van de in Leiden aanwezige ‘marketentsters’ zonder toegangskaart, want niet genodigd, de koning in de kerk een boeket te overhandigen. Dezelfde dame verscheen even later in de stoet op weg naar en ook op het veld van de “Grote Ruïne” toen de ‘orderidders’ en ‘Waterloo-veteranen’ zich na aankomst begonnen te verspreiden. Weer stal zij de show door Zijne Koninklijke Hoogheid prins Frederik een neut uit haar vaatje te offreren. Ondanks de doorgaans inferieure kwaliteit van de sterke drank uit dergelijke vaatjes, nam de prins de dronk minzaam aan. Nog frappanter is het feit, dat zij niet van het terrein werd verwijderd, maar samen met de oud-strijders gebruik mocht maken van het ingerichte buffet “dat ruimer was voorzien van andere en betere drinkwaren”15

Aangekomen op het veld van de“Grote Ruïne” na de plechtigheid zouden de ‘orderidders’ op deze locatie de rest van de dag in besloten kring verder hun feest vieren. Hiertoe had men een geschikte ruimte gevonden in het tijdelijke paviljoen, dat kort geleden door de studentensociëteit ‘Minerva’ als danszaal was gebruikt voor de viering van het 290-jarig bestaan van de Leidse universiteit. Dit studentenpaviljoen, voor de gelegenheid omgedoopt tot ‘ridderzaal’, was voor dit doel bijzonder luxe en weelderig ingericht. Men trad het gebouwtje binnen door acht geplooide deurgordijnen. De wanden waren rood met gouden versieringen behangen, de vloer belegd met kostbaar tapijt en ter decoratie waren verscheidene banieren en wapenschilden opgehangen. Het ordekapittel en de eregasten, onder wie prins Frederik, konden zetelen op een verhoog, omgeven door fraaie planten en bloemen. Direct na aankomst traden de ‘orderidders’ hun ‘ridderzaal’ binnen in het gezelschap van de prins en een schare notabelen. Na een korte toespraak door de koninklijke eregast schoven er een paar panelen opzij en openden zich“keurige en smaakvolle buffetten” met lunchgerechten16, waarop de gasten konden aanvallen. Al het lekkers werd geserveerd door“een genoegzaam aantal bedienden, allen in het zwart gekleed”[Hardenberg, 83]. Heel anders verliep het samenzijn van Jan Vermeersen, Arie van den Boogaart en Levien van Vooren c.s. Net als de ‘orderidders’ hadden zij sinds het ontbijt niets meer te eten gehad. Voor hen stond er in een tijdelijke loods ook een buffet”, maar dit was een schenktafel met alleen “verversingen”. Zij konden op het bekende houtje bijten tot aan het tijdstip van de aanvang van hun galadiner in de Hooglandse Kerk om 17.30 uur.
Onderwijl kregen ca. 600 ‘Waterloo-veteranen’, die tijdig hun ‘Zilveren Herdenkingskruis 1813-1815’ hadden aangevraagd, het felbegeerde eremetaal overhandigd uit handen van de Minister van Oorlog J. Blanken, daarbij geassisteerd door commissieleden van de organisatie. De andere aanwezige oud-strijders, onder wie ook het drietal uit oost Zeeuws-Vlaanderen, zouden de onderscheiding later via de burgemeesters van hun gemeente in ontvangst kunnen nemen17.
Tenslotte had op de locatie nog een door prins Frederik af te nemen parade plaats van de regimenten grenadiers en jagers, die deze dag als escorte hadden gediend. Net als de troepen stonden ook de ‘oud-strijders’ en de ‘orderidders’ in het gelid opgesteld. De prins met in zijn kielzog enige hoge officieren inspecteerde de manschappen, waarna de respectieve commandanten hun onderdelen lieten inrukken naar hun kazernes. De ‘ridders’ zochten de horeca-geneugten van het paviljoen weer op en de oud-strijders kregen het verzoek om zich op eigen gelegenheid van lieverlee te begeven naar de voor hen aangewezen gebouwen, het Invalidenhuis of de Hooglandse Kerk, voor het feestmaal te hunner ere.

In een tijd waarin restaurants in Nederland nog nauwelijks bestonden was het organiseren van een diner voor een gezelschap van ca. 1800 (!) personen een nog nooit vertoond huzarenstukje 18.

(erfgoedleiden.nl, objectnr. PV_PV22904; public domain) Litho van Gerard Jan Bos uit 1850 met de Hooglandse Kerkgracht en Hooglandse Kerk te Leiden

Leiden beschikte niet over een publiek gebouw om  zo’n buitengewoon groot gezelschap onder te kunnen brengen. Voor kolossale gebouwen moest je bij de grote religieuze kerkgemeenschappen zijn.
De Leidse hervormde gemeente beschikte naast de Pieterskerk, die op deze dag in gebruik was voor de officiële herdenking, ook over een tweede gebedshuis van grote afmetingen, de Hooglandse Kerk. Welwillend werd dit gebouw afgestaan om de ongeveer 1800 gasten gelijktijdig een diner te kunnen uitserveren19.
Vervolgens moesten er traiteurs worden gevonden, die een logistieke onderneming van deze omvang aandurfden. Het verzorgen van de feestdis voor ongeveer 300 genodigden in het Invalidenhuis was gegund aan de Leidse confiseur, koek- en banketbakker J.M. Couvee20. We kwamen hem al meerdere malen tegen als de uitbater en eigenaar van het stationskoffiehuis ‘Zomerzorg’. Voor de veel grotere culinaire operatie in de Hooglandse Kerk voor ca. 1800 personen waren de ervaren keukenmeesters Zomerdijk Bussink te Amsterdam en W. Hoogenstraaten en Zn te Leiden aangezocht21. Het kerkgebouw, dat op zondag 25 juni nog voor de 

kerkdienst gebruikt was, moest in ijltempo omgetoverd worden tot een sterrenrestaurant. Onder leiding van stadsarchitect J.W. Schaap was de ruimte geheel van zijn kerkmeubilair ontdaan en waar dat niet kon met blauw laken bedekt. De open ruimten tussen de pilaren in het koor was behangen met geplooid doek en vanaf de bovenkant van de zuilen verenigden zich rood, wit, blauw en oranje vlaggendoek naar één punt. Aan ieder van de andere kerkpilaren hingen rood-wit-blauwe vlaggen en oranje banieren. Leidse fabrikanten hadden hiervoor geheel belangeloos “duizenden ellen donker- en lichtblauw laken, benevens eene aanzienlijke hoeveelheid katoenen stof- en vlaggendoek” 22geleverd. In het koor stond een grote tafel met zilveren schalen en manden met bloemen voor de eregast prins Frederik, het kapittel (= bestuur) van de Militaire Willemsorde en de leden van de feestcommissie van deze nationale herdenkingsdag. Voor de tafelschikking van de ‘oud-strijders van 1813-1815’ was gebruik gemaakt van de kruisvorm van het kerkgebouw. In totaal stonden er, verdeeld over meerdere rijen, 36 tafels met ieder 50 couverts, zowel in de lengterichting van het middenschip als in de dwarsschepen23.

(i flickr.com/photos/gerbenwessels/4840708192)

Het zeer brede koor, middenschip en zijbeuken van de Hooglandse Kerk waren uitermate geschikt om meedere rijen tafels te plaatsen voor het galadiner van de ‘vetaranen van Waterloo’ op dinsdag 27 juni 1865.

Op de veteranen van 1813-1815, van wie velen een zeer eenvoudig of zelfs armoedig bestaan leidden, moet de ambiance van het gezamenlijke diner een overweldigende indruk hebben gemaakt. Zij traden een kerkinterieur binnen, dat door middel van uitgestoken vlaggen, hangende banieren en geplooide draperieën was herschapen in een middeleeuws aandoende troonzaal. Onder de vrolijke muziek van een op de orgeltribune geplaatste militaire kapel mochten de gasten zelf een zitplaats kiezen aan een van de lange met bloemversieringen getooide tafels. Op ieder bord lag een gedrukte menukaart en al waren de gerechten geen culinaire hoogstandjes, het diner bestond wel uit zeven gangen! Ook al hadden sommige genodigden misschien ooit zo copieus gegeten, toch zeker niet in deze overweldigende ambiance.
Volgens de menukaart bestond de maaltijdsamenstelling uit:

1.  Groentesoep.

2. Pasteitjes.

3. Rundvleesch met doperwten en aardappelen.

4. Ham in gelei met snij- of tuinbonen.

5. Kippen met salade.

6. Pudding met bessensauce.

7. Dessert, bestaande uit confituurtaarten, aardbeziën, sinaas-appelen, suikergoed, amandelen, rozijnen, brood, kaas, boter enz.25.

Het afsluiten van het diner  was tevens het einde van het aatste officiële onderdeel van de door de staat aan de ‘oudstrijders van Waterloo’ aangeboden herdenkingsdag. Maar inwoners en vereniginge in Leiden zorgden die avond nog voor een spetterend volksfeest ter ere van de oorlogshelden van weleer. Door heel de stad verspreid waren er openluchtfestiviteiten, bestaande uit muziekuitvoeringen, toneelstukjes, acrobatiek en goochelkunsten. Dit  vermaak werd op bepaalde locaties sfeervol geïllumineerd met “gazverlichting” en lampionslingers.  Zo stonden er een Chinese tempel op de brug aan de Vrouwensteeg en op de Beestenmarkt; met lampions verlichte erepoorten en piramiden aan de Hogewoerdspoort op de Levendaal en meanderden er veel lampionslingers in de straten26. De in groten getale uitgewaaierde oud-strijders konden zich “verlustigen in al het schoone en prachtige dat zich aan hun oog vertoonde, werden door Leidens burgerij met onderscheiding bejegend, in den kring opgenomen en onthaald. De bevolking raakte al meer en meer in geestdrift, de volksliederen weergalmden langs straten en pleinen, overal heerschte luidruchtige vreugde, dartelende vrolijkheid, jubelende blijdschap; doch, en dit strekt oud-strijders en burgerij tot hooge eer, nergens zag men dronkenschap of stoornis van de goede orde”27. De op deze nationale herdenkingsdag genodigde veteranen en ‘ridders’, die geen nachtlogies in Leiden hadden, alsmede de ontelbare bezoekers van elders, vertrokken tegen middernacht met de laatste treinen, trams, boten of met eigen vervoer naar hun woonplaatsen. De logerende gasten zochten hun lokalen voor de nacht op.

  1. Hardenberg, 34;54
  2. Hardenberg 26
  3. Hardenberg 35; 56
  4. Hardenberg, 56
  5. Hardenberg, 35; 57
  6. Deelname aan de Volkerenslag bij Leipzig in 1813 en in 1815 aan het hoofd van het tweede legerkorps, ca. 10.000 man, in Wellingtons leger deelname aan de campagnes bij Waterloo
  7. Hardenberg, 63
  8. Hardenberg 63; Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche Courant, 04-07-1865, 1
  9. Hardenberg 66;  67
  10. Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche Courant, 04-07-1865, 2
  11. Hardenberg, 72; 73
  12. Hardenberg, 74
  13. Hardenberg, 64
  14. Hardenberg, 78
  15. Hardenberg, 79
  16. o.m. broodjes met zalm en galantine = koud vlees en saucijzenbroodjes, weg te spoelen met diverse wijnen
  17. Hardenberg, 84
  18. Hardenberg, 97
  19. Hardenberg,  27;95
  20. Hardenberg, 28
  21. Hardenberg, 31; 37
  22. Hardenberg, 28
  23. Hardenberg, 90-91
  24. Hardenberg 31[/efn-note].

    Al dit lekkers kon worden weggespoeld met bordeaux-wijn, waarbij was “gerekend op twee flesschen per drie gasten” en met champagne “naarmate van de behoefte” ofwel “Iedere veteraan voerde het commande over een halve flesch wijn, buiten de champagne, die bij de toasten werd rondgediend”.

    Prins Frederik was zo galant om eerst enige tijd aan te zitten aan de eerder begonnen feestdis in het Invalidenhuis. Dit betekende wel, dat de tafelgasten in de kerk nog niet mochten beginnen. De aankomst van de prins aan de  Hooglandse Kerk werd met klaroengeschal aangekondigd, allen stonden op, Zijne Koninklijke Hoogheid schreed naar de ‘hoofdtafel’ in het koorgedeelte, nam plaats in het midden, allen gingen weer zitten en eidelijk kon ieder aanvallen op de spijzen en dranken. Zo’n tweehonderd in het zwart geklede obers schonken de dranken uit en serveerden vanaf dientafels de gerechten, die op verdekt  achter doeken opgestelde komforen warm werden gehouden. De feestelijke stemming onder de gasten werd regelmatig onderbroken door een trompetsignaal voor een aantal obligate toespraken, alle steevast afgesloten met heildronk, gejuich en ander eerbetoon. Rond 20.30 uur verliet prins Frederik de kerk. Kort hierna stapten ook de dinergangers op in een opperbeste stemming en wel voldaan door het genoten onthaal24Hardenberg, 96-105

  25. Hardenberg 94-106
  26. Hardenberg,  107

Laatste updates

Datum

04-08-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

De galerij  ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’ is aangevuld met twee foto’s uit het Zeeuws Archief.

Datum

05-07-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuwe galerij toegevoegd, getiteld ‘Hoogwelgeboren Hugenoten in Hontenisse’, over de adellijke familie Collot d’Escury.

Datum

03-2024

Uit de categorie ‘Historische Fotogalerij’ verplaatst naar ‘Hulst Historisch Kort’:

De fotogalerij Veertig jaar veelkleurigheid over de schilderingen in het katholieke deel van de kerk te Hulst omgewerkt tot artikel.

Datum

01-2024

In de categorie ‘Historische Fotogalerij’:

Nieuw artikel ‘Hulst 1914-1918’, een neutraal grensgebied in de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Datum

12-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over De Heilige Kindsheid uitgebreid met beeldmateriaal en beschrijving van Kindheidsoptochten in de kernen.

Datum

11-2023

In de categorie ‘Hulst Historisch Kort’:

Artikel over Casimier Lambin grondig herzien en uitgebreid, met name met aanvullende informatie uit zijn faillissementsdossier.

Uw inschrijving kon niet worden opgeslagen. Probeer het opnieuw.
U bent met succes aangemeld voor onze nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief