Historische Achtergrond
Nadat zijn Russische veldtocht in de winter van 1812 was vastgevroren in een door de Russen verlaten ijskoud Moskou besloot Napoleon tot zijn catastrofale terugtocht naar West-Europa. Tijdens de chaotische vlucht decimeerden de ijzige vrieskou en de meedogenloze aanvallen van de befaamde kozakkenruiters zijn eerst zo succesvolle en gevreesde Grande Armée. Het kostte zijn gezamenlijke tegenstanders nog ettelijke veldslagen voordat zij met een gecombineerd geallieerd leger de Franse keizer in de zwaarbevochten “Volkerenslag bij Leipzig” (16 – 19 oktober 1813) de genadeslag gaven. Russische, Pruisische en Engelse legers veroverden daarna, zij het met de nodige moeite, de rest van het zieltogende Franse Rijk. Op 11 april 1814 trad Napoleon als keizer af en werd hij op het eiland Elba, gelegen tussen het Italiaanse vasteland en Corsica, in ballingschap opgeborgen.
Paul Delaroche (1797-1856), 1845, Museum der Bildenden Kϋnste, Leipzig.
Op dit schilderij hangt Napoleon op 31 maart 1814 met een heel chagrijnig gezicht onderuit op een zetel in het paleis te Fontainebleau, een van zijn voormalige residenties. Hier had hij zojuist net bericht ontvangen van de inname van Parijs door de geallieerden.Vlak daarna, op 11 april zou hij zijn troonsafstand als Keizer van Frankrijk ondertekenen. Ruim een jaar later, na de nederlaag in “De Slag bij Waterloo”, werd hij nogmaals en nu definitief afgezet. Hij werd nu beter opgeborgen. Zijn nieuwe ballingsoord, het eiland Sint Helena in de Atlantische Oceaan, 2000 km ten westen van Angola, lag heel wat verder weg dan het eiland Elba, tussen Corsica en het Italiaanse vasteland.
In Oostenrijk kwam vanaf 8 september 1814 het “Congres van Wenen” bijeen om Europa staatkundig en politiek helemaal opnieuw in te richten. Na krap een half jaar vergaderen en nog veel meer feesten ontvingen de deelnemende staatslieden in februari 1815 het onthutsende bericht, dat Napoleon uit zijn ballingsoord Elba was ontsnapt en met een alsmaar aangroeiende militaire macht optrok naar Parijs. Het Congres schoot nu in de hoogste versnelling: aan Napoleon werd de oorlog verklaard; Groot-Brittannië, Oostenrijk, Pruisen, Rusland en het kersverse Verenigd Koninkrijk der Nederlanden brachten een geallieerd leger op de been en het Congres zette meer vaart achter de ‘herinrichting’ van Europa.
Half juni 1815 was Napoleon al tot onder Brussel in de Verenigde Nederlanden opgerukt. Hij probeerde hij een rechtstreekse veldslag van het Franse leger met de gecombineerde strijdmacht van de geallieerden te voorkomen met het doel zijn tegenstanders afzonderlijk op te zoeken en te verslaan. Het eerste treffen had plaats op 16 juni 1815 bij “Quatre-Bras”, een gehuchtje op twintig kilometer ten zuiden van Waterloo, tussen Napoleons leger en een Engels-Nederlands leger onder het opperbevel van Arthur Wellesly, hertog van Wellington. Het Engels-Nederlandse leger won dit gevecht maar nipt. Later op de dag raakten de Franse troepen slaags met de Pruisische troepenmacht van generaal Gebhart von Blϋcher bij Ligny op vijfendertig kilometer van Waterloo. Napoleon joeg Von Blϋcher op de vlucht, achtervolgde hem met succes, maar kon geen definitieve overwinning afdwingen omdat zwaar onweer en langdurige regen op 17 juni de strijd tot laat in de ochtend van de volgende dag onmogelijk maakten.
Op deze zondag 18 juni viel de beslissing in drie veldslagen: op de twee bij elkaar gelegen plateaus van “Mont Saint-Jean” en van “La Belle Alliance”, zo’n 4 kilometer ten zuiden van Waterloo en op de “vlakte van Waver” (Wavre), ca. 20 kilometer ten oosten van Waterloo.
Wat veel later “De Slag bij Waterloo” zou gaan heten waren dus feitelijk vier aparte veldslagen, verspreid over meerdere dagen en niet eens bij Waterloo, maar er resp. 4, 20 en 30 kilometer vandaan.
Rond negen uur in de avond van 18 juni, bijna tien uur na het begin van de gevechten, ontmoetten de twee zegevierende hoofdrolspelers Wellington en Von Blücher elkaar bij “La Belle Alliance”, een herberg met dezelfde naam als het plateau.
(english-heritage.org.uk)
Sir Thomas Lawrence (1769-1830), Arthur Wellesley, First Duke of Wellington, 1818.
Als veldmaarschalk had hij in “De Slag bij Waterloo” op 18 juni 1815 het opperbevel over de gezamenlijke geallieerde legers tegen Napoleon. Zijn gecombineerd Engels-Nederlands leger van ca. 91.000 man had het de hele dag zwaar te verduren gehad tegen de Fransen.
(gallerix.org)
George Dawe, 1818.
De Pruisische veldmaarschalk Gebhart Leberrecht von Blücher was de dag voor ‘Waterloo’ in een treffen met Napoleons leger op de vlucht gejaagd. Hij wist zijn troepenmacht te hergroeperen en kwam in loop van de middag van 18 juni net op tijd op het strijdperk aan om zijn aandeel in de overwinning te leveren.
De beide heren overwinnaars, Wellington en Von Blücher, konden het niet eens worden over de betiteling, waaronder de zwaarbevochten veldslagen van de afgelopen dagen in de toekomst moesten worden herinnerd. Von Blücher voelde wel iets voor “Die Slacht von La Belle Alliance” (het mooie verbond), de naam van de herberg, waarin Napoleon zijn commandopost had gehad.
Wellington wilde helemaal niets weten van de nadruk op een militaire verbondenheid. Het aandeel van het Engelse leger was z.i. het belangrijkst geweest, omdat zijn soldaten de hele 18e juni gevochten hadden, terwijl de door Napoleon opgejaagde Von Blücher pas in de loop van de zondag op het strijdtoneel was verschenen. Hij gaf de voorkeur aan “The Battle near Waterloo”, het plaatsje waar zijn tijdelijke hoofdkwartier gevestigd geweest was.
In het verslagen Frankrijk sprak men dan weer van “La Bataille de Mont Saint-Jean”, zodat er nog lange tijd drie verschillende benamingen naast elkaar circuleerden voor de gevechten van 16 tot en met 18 juni 1815.
Uiteindelijk heeft de uitdrukking “De Slag bij Waterloo” het pleit gewonnen. Dat bekte misschien het best!
De uit vier veldslagen bestaande “Slag bij Waterloo” op zondag 18 juni 1815 was destijds het grootste en bloedigste treffen tussen vijandelijke legers op Nederlands-Belgisch grondgebied1, maakte op tijdgenoten een verpletterende indruk. Hier was immers veeleer sprake geweest van een slachting dan van een slag. Naar verhouding vochten er op de relatief kleine gevechtsterreinen zoveel soldaten zo dicht opeen gepakt, dat er niet geordend gestreden kon worden. Artillerievuur, charges van de ruiterij en het houwen en steken van kluwens van infanterie zorgden voor een ongekend aantal slachtoffers.
Het staken van de strijd in de loop van de avond maakte geenszins een einde aan de chaos. De hele pikdonkere nacht van 18 op 19 juni, waardoor aan het helpen van de gewonden niet te denken viel, beroofden nietsontziende lijkenpikkers zowel de doden als de nog levenden van hun kleding, wapens en andere zaken. Daarna duurde het nog dagen om de gekwetsten te transporteren en de gesneuvelden te bergen.
In de literatuur loopt het aantal slachtoffers nogal uiteen, maar zelfs de meest conservatieve schatting bedraagt zo’n 24.000 doden en 65000 gewonden 2. Na de afschuwelijke ervaring van twee wereldoorlogen en naar de maatstaven van 21e -eeuwse oorlogen lijkt dat misschien niet veel, maar toentertijd gold dat voor het aantal ‘Waterloo’-slachtoffers beslist wel.
(medium.com).
Louis-Jules Dumoulin (1860-1924), detail van de immense (100×12 meter) panoramaschildering in het museum “Domein van de Slag bij Waterloo 1815”.
De “Slag bij Waterloo” in 1815 is een van de belangrijkste historische gebeurtenissen van het moderne Europa. Dit schilderij verbeeldt de onbeschrijflijke wirwar van de dicht opeengedrongen massa vechtenden op een terrein, dat feitelijk te klein was om naar behoren te manoeuvreren. Het wanordelijk op elkaar inhakkende voetvolk, de chargerende ruiterij, alles en iedereen beschoten door de artillerie, het zicht door kruitdampen sterk beperkt, maakte van deze veldslag een ongeziene slachtpartij.
Het aantal gewonden was in ieder geval zo groot, dat zij voor de verzorging en verpleging over heel het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verspreid moest worden, waardoor de oorlogsgruwelen voor velen zichtbaar waren.
Geen wonder, dat uit deze nationale emotie een herdenkingscultuur voortkwam, die meer dan een eeuw duurde en pas na 1945 vervangen werd door de herdenking en viering van de Tweede Wereldoorlog op 4 en 5 mei.